Begraven van de doden

In steeds meer protestantse gemeenten worden op de laatste zondag van het kerkelijk jaar de gestorvenen herdacht door de namen te noemen en een kaars ter gedachtenis aan te steken. Dit jaar valt deze zogeheten ‘Eeuwigheidszondag’ op 22 november.

Door Herman Noordegraaf

Dit gedenken, het niet vergeten van mensen heeft ook diaconale aspecten. In de gelijkenis van het laatste oordeel noemt Jezus zes werken – het voeden van de hongerigen enzovoort – die in de christelijke traditie de naam hebben gekregen van de ‘werken van barmhartigheid’. Deze hebben tot op vandaag aan de dag een enorme werkingsgeschiedenis gehad in tal van activiteiten en voorzieningen voor mensen in materiële, sociale, fysieke en psychische nood. Aan deze werken is al vrij snel een zevende werk toegevoegd, het begraven van de doden.
Waarom Jezus dit werk niet heeft genoemd, weten we niet, wel dat het net als de andere werken in het rabbijnse jodendom van het begin van onze jaartelling te vinden was: het was de taak van de geloofsgemeenschap om te voorzien in een begrafenis als om wat voor reden dan ook de familie of anderen dat niet deden. De rabbijnen zagen er zelfs het hoogste daad van  barmhartigheid in, omdat deze daad verricht wordt zonder de verwachting van een tegenprestatie.
Het is verrassend hoe zulke oeroude instellingen een nieuwe actualiteit kunnen krijgen. Dat is het geval door de toename van het aantal dak- en thuislozen, verslaafden, vluchtelingen en alleenstaanden. Diaconale centra en straatpastores verzorgen begrafenissen van mensen die volstrekt vereenzaamd zijn. De te vroeg overleden diaconaal predikant Jurjen Beumer schreef eens op grond van zijn ervaringen in het diaconaal centrum Kerk in de Stad in Haarlem: ‘Het feit dat je ‘zomaar onder de grond wordt gestopt met niemand erbij’ is een grote angst van mensen, het is de angst voor de grootste eenzaamheid. We praten er veel over met de bezoekers.’ En de toenmalige pastor van het Drugspastoraat in Amsterdam, Ricus Dullaert, verwoordde het als volgt: ‘Je probeert ervoor te zorgen dat iemand niet als een hond wordt ondergestopt, maar met een zekere schoonheid. Tijdens een uitvaart probeer je uitdrukking te geven aan emoties en ze te kanaliseren. Dat kan met woorden, met symbolen, met rituelen. ‘
Ook voor het onderhouden van de graven zet het drugspastoraat zich in. In het verlengde van het verzorgen van de uitvaart hoort dat op de laatste zondag van het kerkelijk jaar ook de namen van deze overledenen in de dienst genoemd orden en dat er ook voor hen een kaars wordt aangestoken.
Ik hoop dat ook in ‘gewone’ kerkelijke gemeenten diakenen en anderen de namen zullen inbrengen van overledenen die zij kennen uit diaconale werkzaamheden, bij de voedselbank, in het vluchtelingenwerk enzovoort. En dat ook degenen genoemd worden van wie we de namen niet kennen, maar van wie wij wel weten dat zij zijn omgekomen, zoals in de tragedie die zich nu in de Middellandse Zee voltrekt. Gedenk de namen, ook en juist van hen die niet gezien en geacht werden!

Prof. Herman Noordegraaf is hoogleraar Diaconaat aan de Protestantse Theologische Universiteit

Reacties
Schrijf als eerste een reactie!
(Log in om te kunnen reageren)
Log in met uw gegevens
Uw emailadres
Uw wachtwoord
Nog geen account?
Klik dan hier om te registreren.