13 nov
Ontslagrecht

De invoering van de Wet Werk en Zekerheid heeft een behoorlijke impact op werkgevers en werknemers. Vooral het ontslagrecht verandert ingrijpend. Een onderdeel van deze wet gaat over scholingsplicht. Is de wettelijke verankering van de scholingsplicht nu betutteling ten top of pure noodzaak?

Door Martin van Eerde

We weten allemaal dat we steeds langer moeten doorwerken. Het hebben en houden van een goede arbeidsmarktpositie is dan cruciaal. Om arbeidsmobiliteit te bevorderen is duurzame inzetbaarheid van elementair belang. Dit lukt alleen als werkgevers en werknemers investeren in het ontwikkelen van vaardigheden en het opdoen van nieuwe kennis. In deze tijd, waarin economische en technologische ontwikkelingen elkaar in hoog tempo opvolgen en de houdbaarheidsduur van kennis afneemt, is scholing van werknemers belangrijker dan ooit. 
Toch blijkt dat werkgevers in de afgelopen jaren minder hebben geïnvesteerd in scholing van werknemers. Argumenten hiervoor zijn het tijd- en of kostenaspect en/of ze vinden scholing niet nodig. De wetgever is van mening dat deze tendens gelet op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt niet langer houdbaar zijn. Reden om in de wet een scholingsplicht op te nemen als aanvulling op het begrip goed werkgeverschap. 
In de wet staat het volgende (artikel 7:611a Burgerlijk Wetboek): “de werkgever stelt de werknemer in staat scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie en, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd, voor het voortzetten van de arbeidsovereenkomst indien de functie van de werknemer komt te vervallen of niet langer in staat is deze te vervullen.”
Werkgevers worden dus verplicht om werknemers opleidingen en cursussen te laten volgen die belangrijk zijn voor het uitoefenen van de functie. De werkgever dient daarbij zover te gaan als redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. Waar de grens ligt van wat redelijk is, zal afhangen van de financiële- en organisatorische situatie van elke individuele werkgever. 
Zo wordt het bijvoorbeeld een lastig verhaal om een werknemer te ontslaan wegens disfunctioneren als er weinig of geen aandacht is besteed aan scholing. De kantonrechter zal dit zwaar meewegen. Als werkgever zul je veel meer inspanning moeten plegen om bij het vervallen van een functie te zorgen voor omscholing, zodat de werknemer in dienst kan blijven. 
Scholingsplicht is wat mij betreft een wederzijdse verantwoordelijkheid. Ook voor de werknemer is het niet vrijblijvend. In onze kenniseconomie is het steeds belangrijker om je kennis en vaardigheden up-to-date te houden. Een werknemer die zich hiervan bewust is, neemt daarin zijn eigen verantwoordelijkheid. 
Eigenlijk zou wetgeving op dit punt overbodig moeten zijn. Het investeren in opleiding verdient zich vaak dubbel en dwars terug. Het zorgt namelijk voor beter gekwalificeerd en gemotiveerd personeel, voor een hogere tevredenheid en lager personeelsverloop. Ook draagt het bij aan een goede sfeer, een beter imago en verhoogt het de flexibiliteit. Alle reden om als werkgever en werknemer te investeren in scholing. Betutteling of pure noodzaak, jij mag het zeggen! 

Martin van Eerde is bestuurder bij CGMV vakorganisatie. Deze column verscheen eerder in het CGMV-ledenmagazine Clink.

Reacties
Schrijf als eerste een reactie!
(Log in om te kunnen reageren)
Log in met uw gegevens
Uw emailadres
Uw wachtwoord
Nog geen account?
Klik dan hier om te registreren.