A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Schilder, Klaas

Gewijzigd op 23-07-2012 11:51 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten
Afbeelding
Theoloog, predikant en hoogleraar (Kampen 19 december 1890 - Kampen 23 maart 1952)

De eerste jaren van zijn bestaan leefde Klaas Schilder in de geur en het stof van tabak. Zijn vader kwam in Kampen namelijk als thuiswerkende sigarenmaker aan de kost. Hij overleed in 1896 aan de Spaanse griep, zijn zwangere vrouw achterlatend met twee zoons: Klaas en de drie jaar oudere Arnold.

Beide jongens waren in de hervormde kerk gedoopt, maar hun moeder, die van huisuit christelijk-gereformeerd was, ging kort na de dood van haar man over naar de gereformeerde kerk. Thuis moest ze alles in het werk stellen om de eindjes aan elkaar te knopen. Doorleren na de lagere school zat er voor Klaas niet in: hij werd loopjongen in een manufacturenhandel. Kennissen stelde hem alsnog in staat naar het gereformeerd gymnasium te gaan waar hij vanwege zijn lage komaf soms met de nek werd aangekeken. ‘Ga jij maar naar je eigen soort.’ Dit drukte een stempel op zijn verdere leven.

In de vierde klas van het gymnasium wierp Klaas alle schroom van zich af. De verlegen en dromerige jongen ontpopte zich tot een excellente leerling die zijn mondje wist te roeren, en predikant wilde worden. In 1909 ging hij naar de Kamper Theologische Hogeschool waar de studie hem gemakkelijk afging en hij in studentenalmanakken zijn schrijftalent etaleerde. Schilders privéleven verliep minder voorspoedig. Hij belandde in een geloofscrisis en zag zijn verkering met een onderwijzersdochter op de klippen lopen omdat haar moeder een schoonzoon uit hogere kringen prefereerde.

Schilder kwam zijn geloofscrisis te boven en legde in 1914 cum laude het kandidaatsexamen af. In hetzelfde jaar trouwde hij met de negen jaar oudere Anna Walter uit Haarlemmerliede met wie hij de pastorie van het Overijsselse Ambt-Vollenhove betrok. Twee jaar nam Schilder een beroep naar Vlaardingen aan, waarna Gorkum, Delft, Oegstgeest en Rotterdam-Delfshaven zijn volgende standplaatsen werden, telkens voor drie jaar.

Met Wat is de hel?, dat in 1919 verscheen, debuteerde Schilder als theologisch publicist. In het boekje, vrucht van een lezing, dreunde de schok van de oorlog van ’14-’18, die aan alle zekerheden een einde leek te hebben gemaakt, op elke pagina door. Ook gaf Schilder blijk van een positieve grondhouding ten opzichte van een generatie jongeren die leer en leven van de gereformeerde kerken meer op de tijdgeest wilde afstemmen. Dit streven leidde in 1920 tot de oprichting van het weekblad De Reformatie waarvan Schilder medewerker werd, later redacteur, uiteindelijk enigredacteur.

De vernieuwingsdrift binnen de gereformeerde kerken ging gepaard met verdeeldheid. De afzetting en schorsing in 1926 van ‘jongeren’-woordvoerder Geelkerken, gevolgd door de oprichting van de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband, bracht tijdelijk rust. Midden jaren dertig zorgden de afkeer van het triomfale, kuyperiaanse neocalvinisme en de roep om vernieuwing voor nieuwe spanningen, met Schilder in de hoofdrol en toegespitst op de houdbaarheid van Kuypers doopleer. Schilder, die in 1933 het predikantschap had neergelegd en hoogleraar in Kampen was geworden, kwam in botsing met de synode waarin stemmen opgingen het theologisch dispuut met een gezagsuitspraak te beslechten.

In de oorlog spitsten de tegenstellingen zich verder toe. De synode probeerde de strijd in 1942 met een dictum te beslechten. Schilder, die zich na de meidagen van 1940 meteen tegen de Duitsers had gekeerd, vervolgens was gearresteerd en na vrijlating was ondergedoken, weigerde zich te onderwerpen. In maart 1943 werd hij als hoogleraar geschorst, in augustus 1944 afgezet. Schilder bestreed de geldigheid van beide vonnissen, met een beroep op artikel 31 van de kerkorde. Op 11 augustus 1944 las hij in de Haagse lutherse kerk de ‘acte van vrijmaking en wederkering’ voor, de geboortestonde van de vrijgemaakte kerken waarin zich 90.000 gereformeerden zouden verenigen.

Ook binnen het nieuwe kerkgenootschap stak onenigheid de kop op. Diehards, aanhangers van de ‘doorgaande reformatie’, wilden zich ook op buitenkerkelijk terrein van de synodaal-gereformeerden afscheiden. Voorts hamerden ze zo hard op de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente dat voor centraal kerkbestuur nauwelijks ruimte was. Ook over leerstellige kwesties ontstonden conflicten. Schilder zette alle zeilen bij om de eenheid te bewaren, waarbij de rechtlijnige polemist zowaar over irenische en samenbindende gaven bleek te beschikken.

Eind 1951 werd Schilder door een hartaanval getroffen, drie maanden later overleed hij. De tekst op zijn grafsteen luidt: ‘Opdat zij allen een zijn.’

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 20 februari 2009

Verder lezen: J.J.C. Dee, K. Schilder, zijn leven en werk I (1890-1934) (Goes 1990); J. Douma e.a. (red.), K. Schilder. Aspecten van zijn werk (Barneveld 1990); J. de Bruijn en G. Harinck (red.), Geen duimbreed! Facetten van leven en werk van prof. dr. K. Schilder 1890-1952 (Baarn 1990)

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!