A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Adriani, Nicolaas

Gewijzigd op 20-02-2013 08:30 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Bijbelvertaler (Oud-Loosdrecht 15 september 1865 - Poso 1 mei 1926)

Nicolaas Adriani was een man met een zwak lichaam, en een bewonderenswaardige wilskracht. Van jongs af aan waren ziekte en pijn aan de orde van de dag. Tbc schakelde Nicolaas in zijn pubertijd een jaar lang uit. Hij genas, maar de dagelijks reis van zijn woonplaats Maarssen naar het gymnasium in Utrecht kon hij niet meer maken.

Een oom, J.H. Gunning jr., predikant in Den Haag, nam Nicolaas in huis zodat hij in de residentiestad het gymnasium kon vervolgen. Toen Gunning hoogleraar werd aan de gemeentelijke universiteit van Amsterdam verhuisde Nicolaas met het gezin mee. In de hoofdstad ontpopte zich de latere taalgeleerde. Adriani werd er gegrepen door de uiteenlopende dialecten die hij binnen de kortste keren kon imiteren. Ook het geschreven woord had zijn interesse. Adriani las de Tachtigers (Van Deyssel, Gorter, Kloos, Verwey) en de Franse naturalisten (Zola), maar ook de klassieken (Homerus) hadden zijn intense aandacht.

Na het gymnasium te hebben doorlopen koos Adriani echter niet voor een studie in de letteren – niet meteen, tenminste. Hij trad in de voetsporen van zijn vader, predikant en directeur van de Utrechtse Zendingsvereniging, en ging in 1886 theologie studeren in Utrecht. Binnen een jaar slaagde Adriani voor het propedeutisch examen waarna hij in Leiden Indonesische taal- en letterkunde ging studeren. Hiervoor had hij een beurs gekregen van het Nederlands Bijbelgenootschap, met de bedoeling dat hij na zijn studie als bijbelvertaler in Indië ging werken. Aan de Leidse universiteit maakte hoogleraar J.H.C. Kern, groot kenner van de Austronesische talen, de meeste indruk op Adriani. Ook kennismaking, in Noordwijk, met de Russische graaf Korff was van belang voor zijn verdere ontwikkeling. Korff gaf de stoot tot een geestelijke ommekeer: Adriani leerde de ‘verborgen omvang met Christus’ kennen.

In 1893 besloot Adriani zijn studie met een proefschrift over het Sangirees, een Austronesische taal die werd gesproken op de ten noorden van Sulawesie gelegen Sangireilanden. Adriani had de taal zich eigen gemaakt met behulp van een zendelingsdochter die op een van de eilanden was geboren.

Een jaar na zijn – cum laude – promotie vertrok Adriani naar Indië, samen met zijn vrouw en nicht Maria Gunning, dochter uit het gezin waarin Adriani als gymnasiast in de kost was geweest. Het echtpaar reisde eerst naar de Sangireilanden, vandaar – in 1895 – naar Poso, op de kust van Sulawesi waar zendeling A.C. Kruyt en zijn echtgenote sedert een jaar te midden van de Toradja’s werkten. Adriani kende Kruyt van zijn gymnasiumjaren in Den Haag. Het Posogebied was nog niet onder Nederlands gezag gebracht, maar dit zou niet langer meer op zich laten wachten: er was goud gevonden.

Adriani en Kruyt ondernamen lange voettochten door het onherbergzame gebied, ten einde de grenzen vast te stellen van de Bare’e-taal die door de Toradja’s werd gesproken. Ging het Kruyt in de eerste plaats om de verkondiging van Gods woord, Adriani bleef voor alles de taalvorser. Pas na acht jaar, in 1903, voltooide hij een Bare’e-versie van het nieuwe testament. Een vertaling kon het werk nauwelijks worden genoemd, meer een leesboek, omdat Adriani de evangelieverhalen had toegesneden op inheemse, mondeling overgeleverde verhalen en liederen. Zijn eerste echte vertaling, van het bijbelboek Lucas, zou in 1909 gereedkomen. Inmiddels was het Posogebied onder Nederlands gezag gebracht, niet in het minst door de zendingsarbeid van Adriani en Kruyt die de weerstand van de Toradja’s had verzwakt. Adriani vond de onderwerping noodzakelijk en onvermijdelijk, maar dat hij voortaan als een van de overheersers werd gezien gaf hem een ongemakkelijk gevoel.

Een maagaandoening maakte in 1914 repatriëring noodzakelijk. De eerste wereldoorlog stond een snelle terugkeer in de weg. Pas eind 1919 zetten Adriani en zijn vrouw weer voet aan wal in het Posogebied. Adriani werkte er verder aan de vertaling van het nieuwe testament in het Bare’e, gaf jonge zendelingen er les in en stortte zich ook op de taal van de Mentawai-eilanden die ten westen van Sumatra lagen.

In 1926 besloten Adriani en zijn vrouw naar Java te verhuizen waar ze onder meer de Bare’e-vertaling van het nieuwe testament wilden voltooien. Adriani, fysiek aan het einde van zijn latijn, zou er niet meer toe komen. Een afscheidstocht door het Posogebied werd hem fataal: hij stierf aan een dubbele longontsteking. De bijbelvertaling zou nog acht jaar op zich laten wachten.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 2 april 2009

Verder lezen: Ph.S. van Ronkel, ‘Levensbericht van dr. N. Adriani’, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde 1925-1926, 171-189 ; H. Kraemer en A.E. Adriani, Schets van leven en arbeid van dr. N. Adriani (Amsterdam 1930) ; G.R. Zondergeld, ‘Adriani, Nicolaas’, in: Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme, V (Kampen 2001), 11-14

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!