A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Anti-Revolutionaire Partij

Gewijzigd op 03-07-2013 10:58 by host Gecategoriseerd als Geschiedenis, Uitgelicht
Afbeelding
Politieke partij opgericht in 1897.

De Anti-Revolutionaire Partij is in 1897 opgericht. De 'antirevolutionaire of christelijk-historische richting’ is echter een halve eeuw ouder.

Haar begin kan in 1829 worden gedateerd, toen da Costa trok hij daarin ten strijde tegen de idee van de volkssoevereiniteit, het fundament van het ideeëngoed van de Franse Revolutie.

Groen stelde in 1847 in zijn bekendste werk Ongeloof en revolutie, dat revolutie de autoriteit van Gods Woord verwierp en het menselijk denken tot uitgangspunt koos. Vrijheid werd beloofd, maar tirannie en willekeur waren het gevolg. Ware vrijheid kon alleen bestaan op de grondslag van het christelijk geloof: tegen de revolutie het evangelie, een adagium dat volgens Groen ook het terrein van de politiek gold.

In 1849 trad hij toe tot de Tweede Kamer. Daarin zou hij echter een roepende in de woestijn zijn, ‘een veldheer zonder leger’. Dit veranderde met de komst van schoolstrijd).

Ook uitbreiding van het kiesrecht, ten einde de kleine luyden politieke stem te geven, en de sociale kwestie stonden hoog op de politieke actielijst. Te hoog, zo oordeelde de door Christelijk-Historische Unie (CHU).

In 1901 behaalden de antirevolutionairen een grote verkiezingsoverwinning. Na Trouw, het initiatief genomen tot een Christelijke Volkspartij. Hierin zouden de antirevolutionairen en christelijk-historischen moeten worden herenigd, onder progressief-protestantse vlag.

Het initiatief strandde na de bevrijding op het veto van de uit het concentratiekamp teruggekeerde Schouten. Onder diens strakke leiding werd stelling genomen tegen de doorbraak en werd de naderende dekolonisatie van Nederlands-Indië fel bestreden.

Het leidde ertoe dat het vooroorlogse verblijf in de oppositiebanken werd gecontinueerd. Uiteindelijk duurde dit tot 1952 toen de ARP tot de rooms-rode coalitie van Drees toetrad, tegen de zin van Schouten. Dat tekende zijn tanende invloed.

In 1955 trad hij terug als partijvoorzitter, een jaar later verliet hij de Tweede Kamer. Spanningen tussen verschillende stromingen kwamen nu aan de oppervlakte. Tussen minister J. Zijlstra en fractievoorzitter Bruins Slot ontstond een machtsstrijd die zijn hoogtepunt bereikte in de val van het kabinet-De Quay in december 1960 (‘huizen- of dakpancrisis’).

Bruins Slot dolf het onderspit. De antirevolutionaire achterban wees hem als schuldige van de kabinetscrisis aan en zette hem bij de samenstelling van de groslijst voor de kamerverkiezingen van 1963 terug naar een elfde plaats. De duikeling was ook een gevolg van de plotselinge, door Bruins Slot en partijvoorzitter Berghuis geïnitieerde ‘ommezwaai’ in september 1961 ten aanzien van Nieuw-Guinea.

Spanning tussen de meer behoudende achterban en de door evangelisch-radicale denkbeelden bevangen partijleiding bepaalden in belangrijke mate de jaren zestig en zeventig. ‘De AR-Partij moet voorhoede zijn!’, verkondigde lijsttrekker B. Biesheuvel in de aanloop naar de kamerverkiezingen van 1967.

Met zijn ‘Bergrede’ manifesteerde fractievoorzitter W. Aantjes zich in 1975 als bevlogen pleitbezorger van een progressieve evangelische beginselpolitiek. Hiermee probeerde hij het Christen-Democratisch Appèl-in-wording (CDA) op radicaal-evangelische leest te schoeien en het centrum-linkse kabinet-Den Uyl een steun in de rug te geven.

Bij de achterban viel dit niet in goede aarde. Dat was twee jaar eerder al gebleken, na de formatie van het kabinet-Den Uyl waarin de antirevolutionairen J. Boersma en W.F. de Gaay Fortman op eigen gezag zitting hadden genomen.

De ARP-kamerfractie besloot het kabinet te gedogen, waarop Aantjes en partijvoorzitter J. de Koning tijdens hun rondgang langs de kamercentrales spitsroeden moesten lopen.

Dat het evangelisch radicalisme niet diep wortel had geschoten, bleek ook in 1980 toen de ARP in het CDA opging.

Het CDA profileerde zich nadrukkelijk als ‘open’ middenpartij en was niet de door Aantjes en de zijnen (de ‘loyalisten’) gewenste beginselpartij.

Auteur: P. Bak uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)

Afbeelding: Verkiezingsbiljet van de ARP bij de Tweede Kamerverkiezingen 1925.

Verder lezen: D.F.J. Bosscher, Om de erfenis van Colijn. De ARP op de grens van twee werelden 1939-1952 (Alphen aan den Rijn 1980) ; J.-J. van den Berg, Deining. Koers en karakter van de ARP ter discussie (Kampen 1999);J.P. Stoop, ‘Om het volvoeren van een christelijke staatkunde’. De Anti-Revolutionaire Partij in het Interbellum (Hilversum 2001) ; G. Harinck, R. Kuiper en P. Bak, De Antirevolutionaire Partij 1829-1980 (Hilversum 2001)R. Janssens, De opbouw van de Antirevolutionaire Partij (Hilversum 2001)

Archief: Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme''

Informatie op internet: Peter Bak, De ARP ondergronds

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!