A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Banning, Willem

Gewijzigd op 06-12-2013 15:16 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Hervormd predikant, godsdienstsocioloog, hoogleraar (Makkum, 21 februari 1888 - 7 december 1971)

Het lag geheel in de lijn der verwachtingen dat Willem Banning haringvisser zou worden, in navolging van zijn vader. Eerst reepschieter, jongste maatje, vervolgens metterjaren opklimmen in de scheepshïerarchie. Maar Wim bleek een pientere knaap, wat het schoolhoofd ertoe bewoog er bij zijn ouders op aan te dringen hem te laten doorleren.

Wim ging naar de kweekopleiding in Haarlem waar hij ook buitenschools actief werd. Hij werd secretaris van de Kweekelingen Geheelonthoudersbond. Op zeepkisten waarschuwend voor de vloek van de sterke drank raakte hij overtuigd van de noodzaak tot volksopvoeding. De zeepkist moest een preekstoel worden: na enkele jaren onderwijzer te zijn geweest besloot Banning theologie te gaan studeren. In september 1913, 25 jaar oud, nam hij op de collegebanken van de Leidse universiteit plaats. Hij zou er vooral worden beïnvloed door de moderne theologen P.D. Chantepie de la Saussaye en K.H. Roessingh. Toen zijn studie een jaar onderweg was brak de eerste wereldoorlog uit. Volgens Banning, die het werk van Karl Marx (zie: marxisme) had bestudeerd, was de oorlog een gevolg van het kapitalistische systeem. Dit bracht hem er in september 1914, een maand na het uitbreken van de oorlog, toe lid te worden van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij. Volbloed marxist was Banning allerminst; socialisme was voor hem geen materialistisch, maar religieus-zedelijk ideaal. Het ging vóór alles om de menselijke geest, niet om zijn maag; het ging niet alleen om de arbeiders, maar om de hele volksgemeenschap. In 1916 werd Banning predikant in het Gelderse Haarlo en Waterhoek. Een beroep van de hervormde gemeente in Sneek voerde hem in 1920 terug naar provincie waar hij was geboren. Een jaar eerder was Banning voorzitter geworden van de Arbeidersgemeenschap der Woodbrookers, een werkverband dat een synthese van socialisme en religie nastreefde. In 1928 legde Banning het predikantschap neer en ging zijn studie afmaken. Een jaar later deed hij doctoraalexamen, in 1931 promoveerde hij op een proefschrift over de Franse socialistenleider Jean Jaurès wiens zedelijk en cultureel getoonzette socialisme hem enorm aansprak.

De inmiddels om zich heen grijpende economische crisis overtuigde Banning eens te meer van de funeste invloed van het historisch materialisme. Volgelingen van Marx beschouwden de crisis als welkome voorbode van de ineenstorting van de burgerlijk-kapitalistische maatschappij; het fascisme heette een laatste stuiptrekking van de bourgeoisie te zijn. Banning, in 1931 tot bestuurslid van de SDAP gekozen, zag het anders: het fascisme was een irrationele, satanische beweging die de Europese beschaving naar de ondergang zou voeren. Socialisten moesten midden in de volksgemeenschap gaan staan en hun verantwoordelijkheid nemen, kiezend vóór christendom en humanisme, tégen fascisme en communisme, die andere totalitaire ideologie. Dit kreeg in 1937 een plaats in het nieuwe SDAP-beginselprogramma, maar het succes werd voor Banning overschaduwd door het schrappen van de eis tot nationale ontwapening. Hij speelde met de gedachte de partij te verlaten, besloot uiteindelijk toch lid te blijven, maar was nauwelijks meer actief. Na de Duitse inval staakte Banning zijn Woodbrookersactiviteiten en keerde terug op de preekstoel. Hij werd predikant in Haarlem, de stad waar hij zijn opleiding als kwekeling had genoten. Van mei 1942 tot december 1943 zat Banning vast in Sint-Michielsgestel waar de bezetter Nederlands politiek-maatschappelijke en intellectuele elite had geïnterneerd. Banning werd er een van de drijvende krachten achter ideeën over een ‘doorbraak’ van politieke en kerkelijke verhoudingen na de bevrijding. Hij stond in 1945 aan de wieg van de Nederlandse Volksbeweging, een jaar later was hij de openingsspreker op het oprichtingscongres van de Partij van de Arbeid. Beweging noch partij zouden echter de gewenste ‘doorbraak’ tot stand brengen.

Kerkvernieuwing was voor Banning niet minder belangrijk. Samen met Kraemer en Gravemeyer bereidde hij tijdens de bezetting de oprichting van het Driebergense instituut Kerk en Wereld voor. Banning werd er hoofddocent, invulling gevend aan zijn ideaal en roeping: toekomstige leidinggevenden stimuleren tot doordenking van maatschappelijke vraagstukken, hen scholen tot zelfstandige denkers. Het docentschap bij Kerk en Wereld combineerde Banning vanaf 1946 met een professoraat in de kerkelijke, later wijsgerige sociologie aan de Leidse universiteit. Intussen bleef hij invloedrijk binnen de PvdA waarin hij, als partij-ideoloog, bleef strijden tegen marxistische oprispingen.

In 1958 legde Banning, 70 jaar oud, veel van zijn functies neer. Enkele jaren later dwong ziekte hem ertoe zich verder uit het maatschappelijk leven terug te trekken. De vergetelheid was al gauw zijn lot, omdat zijn principiële afwijzing van het marxisme, zijn ingetogen en ernstige levenshouding alsmede zijn geneigdheid tot compromissen in de jaren zestig geen gehoor meer vonden.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 15 november 2008

Verder lezen: H. van Wirdum-Banning, Willem Banning 1888-1971. Leven en werken van een religieus socialist (Amersfoort-Leuven 1988) ; M.B. ter Borg (red.), Banning als denker (Utrecht 1988)

Informatie op internet: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging'''Biografisch Woordenboek van Nederland ; Parlement & Politiek  

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!