A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Beek, Abraham van de

Gewijzigd op 09-10-2012 18:02 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, Uitgelicht
Afbeelding
Hoogleraar theologie (Lunteren 9 oktober 1946)

Toen Bram van de Beek in 1965, inmiddels tweedejaars student theologie, Lunteren verliet en in Utrecht op kamers ging wonen, kwam hij na een paar weken in een geloofscrisis terecht. ‘Ik las mijn bijbel, maar het waren lege woorden geworden.’ De overgang van het Veluwse platteland naar de grote stad had hem binnen de kortste keren geestelijk ontheemd. Een oudejaars stelde de juiste vraag: ‘Is jouw geloof dan niet alleen maar projectie geweest?’ Hadden de bijbelwoorden dan alleen zeggingskracht gehad in de vertrouwde omgeving van zijn geboortegrond? Was God dus niets meer dan ‘iets dat we elkaar allemaal wijs maken, in onze sociale verbanden, waardoor we orde garanderen, maatschappelijk en psychologisch?’

Het werd de kernvraag van Van de Beeks bestaan dat in 1946 begon in Lunteren, in een arm boerengezin dat zeven kinderen telde en tot de gereformeerde bond behoorde. Geloven was als eten en drinken. Vader, die zondagsschool gaf, las driemaal per dag aan tafel uit de bijbel. ‘’s Morgens een psalm en verder gewoon van het begin tot het eind van de bijbel en dan weer opnieuw beginnen.’ Dat pientere Bram maar dominee moest worden was eigenlijk ook vanzelfsprekend, al kwam er tijdens zijn tienerjaren de aanvechting van de wis- en natuurkunde, zijn lievelingsvakken. Ook de biologie had Brams hart, maar vooral buiten schooltijd: vogels kijken, later planten ontdekken waarbij hij zich specialiseerde in een van de moeilijkst te determineren soorten: bramen.

Tijdens zijn zesjarige theologiestudie werd Van de Beek vooral beïnvloed door Van Ruler. ‘Hij daagde uit tot denken.’ Kritisch denken, gedachten zelfstandig verder ontwikkelen. Van de Beek werd daarbij vooral gegrepen door de christologie. Zonder Christus konden we God niet kennen. Van de Beek schreef er in 1968, als derdejaars, een paper over die werd bekroond met een universitaire prijs en hem definitief op het spoor van de dogmatiek leek te zetten. Twee jaar later studeerde Van de Beek af en betrok hij de pastorie van de bondsgemeente in Lexmond. Ook begon hij aan een promotieonderzoek – naar bramen. ‘Je kunt,’ legde hij later uit, ‘promoveren in elke andere discipline dan waarin je bent afgestudeerd als de promotiecommissie je daarvoor toelaat.’ Als vrijetijdsbioloog had Van de Beek inmiddels kennis te over: van genetica, evolutie, soortbeschrijving. Eenvoudig was zijn onderzoek echter niet. ‘Bramen zijn een wespennest. Niemand weet nog precies hoe alle processen voor soortselectie werken.’

Na in 1974 te zijn gepromoveerd op Die Brombeeren des geldrischen Distriktes innerhalb der Flora der Niederlande keerde Van de Beek terug naar theologisch terrein. Maar het uitgangspunt bleef hetzelfde. Vier jaar promotieonderzoek en al de voorafgaande jaren van botaniseren en determineren hadden nog geen begin van een antwoord gebracht op de vraag naar het evolutiemechanisme van bramen. ‘Als ik bramen al niet begrijp,’ dacht Van de Beek, ‘hoe zal ik ooit God begrijpen?’ De mens kan Hem kennen omdat hij één keer in de geschiedenis heeft ingegrepen, door zijn Zoon op Golgotha te laten kruisigen. Wat restte was Zijn ondoorgrondelijkheid. Omdat hij in eigen kring de openheid miste dit te doordenken en te bespreken, besloot Van de Beek, inmiddels predikant in Vriezenveen, de gereformeerde bond te verlaten. ‘Als we niet meer in openheid met onze vragen naar God kunnen omgaan, zijn we gevangenen van een systeem en vertrouwen we Hem niet echt.’

In Van de Beeks – tweede – dissertatie De menselijke persoon van Christus, waarop hij in 1980 bij Berkhof promoveerde, stond Golgotha's kruis in het middelpunt, nadien ook in veel andere publicaties. Volgens Van de Beek, die een jaar na zijn promotie hoogleraar in Leiden werd, kan theologie alleen maar over Christus gaan, over Zijn lijden. Want of je nu bioloog of theoloog bent: je kunt slechts onderzoek doen op basis van beschikbare data. ‘Alleen wat God ons aanreikt als gegeven geeft ons kennis van hem,’ aldus Van de Beek. God heeft echter niet iets gegeven; hij gaf zichzelf, op Golgotha. Daar is het definitieve oordeel over de wereld voltrokken, en bij die ene Goddelijke ingreep in de geschiedenis zal het volgens Van de Beek blijven. Het Oordeel is geveld, en bevestigd door ‘Auschwitz’. IJveren voor een betere wereld is vergeefse moeite, wat de christen er echter niet van mag weerhouden de hulpbehoevende de helpende hand te bieden. Grote troost geeft de overtuiging dat het geloof uiteindelijk overwint en de weg opent naar het eeuwige leven.

Van de Beeks tegendraadse en pessimistische theologie is omstreden. De blijde boodschap van het evangelie verdwijnt onder dikke lagen doemdenken, zeggen critici. Het aardse leven wordt gedegradeerd tot een overlevingstocht door een bar landschap, terwijl het evangelie toch zoveel voorproefjes biedt van Gods heil. Van de Beek wijst dit als menselijke hoogmoed van de hand. ‘Theologisch moeten we geen rechte lijnen trekken naar de schepselen,’ meent hij. Daarom neemt Van de Beek, sinds 2000 hoogleraar aan de Vrije Universiteit, ook stelling tegen de aanhangers van Intelligent Design, omdat ze proberen te verklaren wat – op grond van gebrek aan gegevens – niet te verklaren is. Denken dat je Hem in zijn schepping op het spoor bent doet afbreuk aan Zijn ondoorgrondelijkheid. ‘Als het ontwerp naar God zou leiden, zou God niet meer transcendent zijn.’

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 21 juni 2010

Verder lezen: C. Dekker (red.), Geleerd en gelovig. 22 wetenschappers over hun leven, werk en God (Utrecht 2008)

Informatie op internet: Vrije Universiteit; Trouw ; Nederlands Dagblad

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!