A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Breevoort, Johanna

Gewijzigd op 05-06-2013 10:39 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Schrijfster (Rotterdam 7 september 1869 - Soest 6 juli 1942)

Ze schreef veel, een kast vol romans, novellen en jeugdlectuur die zwanger waren van maatschappelijk lief en leed, maar waarin sociale en psychologische duiding stiefkinderen waren. Grote bewogenheid, weinig intellectuele diepgang. Dit stempelde Johanna Breevoort tot een typische volksschrijfster, een kwalificatie waarvoor zij zich allerminst schaamde. ‘Ziet u,’ zei ze in 1930 toen ze door Piet Risseeuw werd geïnterviewd, ‘ik ben niet literair geschoold. Ik schrijf zooals het in mij geboren wordt.’

Haar wieg stond in Rotterdam-Delfshaven, haar doopnaam was Maria Gerarda Michels. Ze groeide op als een leergierig kind dat werd aangetrokken door het geschreven woord. De Heraut, het blad van Abraham Kuyper, spelde ze. ‘Omdat het nogal een groot blad was lag ik dan languit op de grond te lezen,’ vertelde ze een halve eeuw na dato tegen Risseeuw. ‘Later leerde ik de artikelen van dr. Kuyper geheel uit m’n hoofd.’ Toen ze tien jaar oud was stierf haar moeder. Vier jaar later kwam ze onder de vleugelen van een pleegmoeder, een vrouw op leeftijd met de nodige levenswijsheid die Maria voor haar verdere leven vormde. Begin 1886, toen ze zestien jaar oud was, volgde ze haar pleegmoeder ook in de Doleantie, de door Kuyper aangevoerde exodus van rechtzinnigen uit de hervormde kerk.

Inmiddels was Maria werkzaam als dienstbode, maar het geschreven woord bleef haar fascineren, niet in het minst dat van de Tachtigers die door de Nederlandse letterkunde een nieuwe wind lieten waaien, al stootte hun goddeloze inborst Maria af. Ze begon stukjes te schrijven, onder meer in de Geuzenbode, en trok daarmee de aandacht van jeugdschrijver A.J. Hoogenbirk die als redacteur aan De Standaard was verbonden. Onder diens mentoraat debuteerde Michels in 1899 met de novelle Hij blijft getrouw, die – zei ze later – ‘onder een paar vreemde initialen’ bij de gereformeerde uitgever Kirchner verscheen. Twee jaar later verscheen Haar idealen, nu onder pseudoniem: Johanna Breevoort. Johanna was de voornaam van Hoogenbirks vrouw; Breevoort was ontleend aan de locatie van de woning van de schrijfster, aan de oever van de Schie. De rivier bracht Hoogenbirk op ‘voorde’, zijnde een doorwaadbare plaats in een rivier, vervolgens op ‘Breedevoorde’, uiteindelijk: Breevoort.

De beweging van Tachtig dreef een wig tussen Breevoort en Hoogenbirk. Voor Breevoort en andere jonge orthodox-protestantse auteurs, onder wie haar vriendin Anke van der Vlies (‘Enka’) was de nieuwe letterkunde een voorbeeld ter navolging. Ze trokken zich op aan het streven naar schoonheid en waarheid, zonder zich over te geven aan de levensbeschouwelijke inborst van de Tachtigers. Hoogenbirk, drijvende kracht achter het literaire Ons Tijdschrift, wees het als profane nieuwlichterij van de hand en hield krampachtig vast aan stichtende zondagsschoollectuur. Dit leidde in de gelederen van Ons Tijdschrift tot een conflict dat in 1904 werd beslecht met Hoogenbirks vertrek, tot verdriet van Breevoort die later van een verwarrende tijd sprak. ‘Het nieuwe stormde op ons af, we wisten er geen raad mee!’

In 1903, een jaar voor de breuk, had Breevoort in Ons Tijdschrift een lans gebroken voor de emancipatie van de vrouw. ‘Wat mij toen kwelde,’ zei ze later, ‘was de vraag waarom een vrouw wel mocht wassen maar niet mocht studeren, waarom een slechte man rechten had die een goede vrouw miste.’ Twee jaar later, in 1905, nam Breevoort het voortouw tot oprichting van een christelijke vrouwenbond, maar hiervoor bleek de weerstand in gereformeerde kring nog te groot. Teksten van de apostel Paulus werden tegen Breevoort in stelling gebracht, zeggend dat de vrouw zich aan de man had te onderschikken en niet tot bekleding van maatschappelijke posities was geroepen.

In 1919 slaagde Breevoort wél en werd vanuit het sinds twee jaar bestaande blad Christelijk Vrouwenleven, waarvan ze een van de redactrices was, de Nederlandse Christen-Vrouwenbond opgericht. ‘Feministisch’ was Breevoort overigens allesbehalve: het huwelijk was heilig, echtscheiding uit den boze. Tekenend was dat ze, op aanraden van Kuyper bij wie ze over de vloer kwam, een boek schreef over de zeventiende-eeuwse moraalridder Jacob Cats en diens visie op de vrouw. Er stond echter weer tegenover dat Breevoort zich niet in Kuypers kerk wenste op te sluiten. Daarin was volgens haar te weinig oog voor sociale misstanden. Breevoort voelde zich meer aangetrokken tot de evangelisatiebeweging van Johannes de Heer die haar uitvalsbasis had in haar woonplaats Rotterdam.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 23 mei 2011

Verder lezen: H.J. van de Streek, ‘De christenvrouwen (1880-1940): liefdadigheid, vrouwenbeweging en politiek’, in: J. de Bruijn (red.), Een land nog niet in kaart gebracht. Aspecten van het protestants-christelijke leven in Nederland in de jaren 1880-1940 (Baarn 1987), 217-240.

Informatie op internet:

Neocalvinisme.nl

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!