A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Christelijk onderwijs

Gewijzigd op 27-02-2013 14:38 by host Gecategoriseerd als Onderwijs, Uitgelicht
Afbeelding
Systematisch overbrengen van kennis en kunde vanuit een christelijke visie.

In de klassieke oudheid werden geen christelijke scholen opgericht; onderwijs en opvoeding waren gescheiden van elkaar. Daarbij richtte de school zich op de instructie en was opvoeding een taak voor het gezin. Onderwijs was bovendien voorbehouden aan een maatschappelijke bovenlaag. Bij de opvoeding in het gezin speelde vaak een pedagoog als mentor of oudere vriend een belangrijke rol. In de Middeleeuwen oefenden de kloosters grote invloed uit op het onderwijs. Grotere kloosters hadden scholen voor de eigen leerlingen, de monniken, en scholen voor de buitenleerlingen. Deze leerlingen waren meestal afkomstig uit de gegoede en adellijke kringen. Daarnaast werden door de kloosters scholen voor elementair onderwijs gesticht, met als hoofdvak het zingen van kerkelijke liederen in het Latijn en in de volkstaal. Het doel was hierbij de kerkelijke koorzang. Daarnaast leerden de leerlingen het Onze Vader, de geloofsbelijdenis, de tien geboden en het Ave Maria. Soms werden ook de zeven hoofdzonden, deugden, sacramenten en werken van barmhartigheid geleerd, naast bijbelse verhalen en heiligenlevens. Zingen en lezen stonden centraal; schrijven en rekenen kregen nauwelijks aandacht. Er was geen scheiding van kerk en wereldlijke macht, zodat de invloed van de katholieke kerk in het onderwijs groot was.

Ook ten tijde van de protestantse Republiek was er in Nederland geen scheiding van kerk en staat. Er werd gereformeerd onderwijs gegeven met nadruk op de bijbel, de Heidelbergse catechismus en het zingen van kerkelijke liederen. Pas de Franse tijd bracht de scheiding van kerk en staat, en die bleef daarna ook steeds bepalend voor het Nederlandse onderwijsstelsel. De openbare school van het begin van de negentiende eeuw was een algemeenchristelijke nationale school, die, zonder leerstellig te zijn, moest opvoeden tot alle maatschappelijke en christelijke deugden. De godsdienstige inhoud van het onderwijs moest voor ieder aanvaardbaar en voor niemand bezwaarlijk zijn. Na de Afscheiding van 1834 keerden de Gereformeerden zich tegen de invulling van de godsdienstige opvoeding in termen van algemene humaniteit in plaats van gereformeerde of bijbelse leerstelligheid. De kritiek werd gesteund door het Réveil. Er werden eigen particuliere scholen voor gereformeerd onderwijs gesticht, meestal bekostigd door de kerkenraden van de afgescheiden gemeenten. De openbare scholen daarentegen werden onder het strenge toezicht van schoolopzieners steeds neutraler. Dit tot tevredenheid van de katholieken, die juist geprotesteerd hadden tegen het in hun ogen te protestants-christelijke karakter van de openbare school.

Met de Grondwet van 1848 konden bijzondere (confessionele) scholen godsdienstonderwijs naar eigen keuze bieden. De schoolstrijd voor de financiële gelijkberechtiging van het bijzonder onderwijs begon. Deze strijd eindigde in 1917, waarna de gelijkstelling werd vastgelegd in de Lager Onderwijswet van 1920. Pas toen begon daadwerkelijk de verzuiling van het christelijk onderwijs. De verhouding van openbare tot christelijke scholen was 1:2, en die verhouding bleef ook na de ontzuiling in de jaren zestig van de twintigste eeuw vrij constant. Ondanks de groeiende onkerkelijkheid bleven ouders voor christelijk onderwijs kiezen. Er is een waaier aan christelijke scholen, van open protestants-christelijke en katholieke scholen tot meer gesloten reformatorische, gereformeerde en evangelische scholen.

Auteur: S. Miedema uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)

Verder lezen: L.C. Stilma, De school met den bijbel in historischpedagogisch perspectief (Amsterdam 1987) ; R.J. Rijnbende (red.), Een onderwijsbestel met toekomst. 75 jaar onderwijspacificatie 1917-1992 (Amersfoort 1992) ; C.A.M. Hermans en J.P.A. van Vugt (red.), Identiteit door de tijd (DenHaag/Nijmegen 1997) J.M.G. Thurlings, Van wie is de school? Het bijzonder onderwijs in een veranderende wereld (Nijmegen 1998) ; A. de Wolff, Typisch christelijk. Een onderzoek naar de identiteit van een christelijke school en haar vormgeving (Kampen 2000) Artikel Gezond tegengif Er zijn van die momenten dat woorden op de goede plek vallen, dat me opeens glashelder is wat de essentie van iets is of dat ik een situatie geheel doorzie of het gevoel heb de werkelijkheid echt te pakken te hebben. Filosofen hebben eeuwenlang vele diepzinnige beschouwingen gewijd aan de vraag of dat überhaupt wel kan, de essentie van iets inzien. De oude Griekse filosoof Plato spreekt in dat verband van het zogenoemde ‘schouwen’. Maar wie het overkomt weet dat het bestaat.

Deze gewaarwording had ik toen ik de toenmalige ex-politicus en hoogleraar economie Bob Goudzwaard in een jubileumrede de volgende woorden over het eigen karakter van christelijk onderwijs hoorde uitspreken. Ik citeer een wat langer stuk maar het zal vast niet vervelen.

Christelijk onderwijs “draagt in zich de herinnering aan een schoolstrijd, toen de eigenheid van het bijzonder onderwijs op de samenleving moest worden bevochten. Maar vanuit die herinnering mag en moet het dan ook oog hebben voor de tweede fase van diezelfde schoolstrijd, waarbij in de scholen de eigenheid van een ander soort samenleving in het klein gestalte krijgt: een samenleving van vallen, maar ook van opstaan; van prestatie, maar ook van zorg; van spanningen, maar ook van vrede; van kennis, maar ook en vooral van een groei in wijsheid en van de wil elkaar hoofd voor hoofd te aanvaarden, omdat en doordat ook Christus ons allen zonder onderscheid bij onze namen roept. Dat zijn de bouwstenen, die moeten worden opgeraapt om een samenleving niet te bedienen, maar te dienen. De samenleving heeft geen middellijk onderwijs nodig, dat zich plooit en buigt al naar gelang de samenleving dat zegt te willen. De samenleving behoeft een zelfstandig onderwijs, dat onmiddellijk, rechtstreeks reageert op zijn eigen opdracht en roeping, en dat dan ook op de bres springt zodra van kinderen maar op enigerlei wijze objecten worden gemaakt om resultaten na te jagen of welke verheven doeleinden dan ook te dienen”.

Het mooie van deze woorden vind ik dat het de kern van christelijk onderwijs geheel vanuit het eigen karakter ervan verwoordt. Hij heeft geen vergelijking nodig met andere richtingen, hoeft niet te zeggen wat het unieke karakter ervan is ten opzichte van openbaar onderwijs of andere richtingen van bijzonder onderwijs. En het sterkste ervan vind ik dat zijn positionering van christelijk onderwijs ten opzichte van de samenleving. '''Hij komt op voor de eigen kracht van christelijk onderwijs, een kracht die niet samenvalt met wat de staande samenleving ervan verwacht. Christelijk onderwijs bereidt voor op een ander soort samenleving en vindt daarin haar dynamiek en drijvende kracht. In tijden van vraagsturing, van maatschappelijke toewending, van stakeholdermanagement en horizontale verantwoording ervaar ik zulke woorden nog steeds als een verademing en een bron van inspiratie, als gezond tegengif. Ik hoop u ook. Harm Klifman, senior adviseur Besturenraad voor Christelijk Onderwijs 18 december 2008

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!