A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Christelijke opvoeding

Gewijzigd op 19-11-2012 09:59 by host Gecategoriseerd als Gezondheid en gezin, Uitgelicht
Afbeelding
Opzettelijke en terloopse invloed op kinderen en jeugdigen, om ze te bewegen zich bij het bereiken van de volwassenheid of in de narijpingsfase (tot rond het dertigste levensjaar), toe te wijden aan de drie-enige God.

Augustinus is een van de eersten die over christelijke opvoeding heeft geschreven. Dat was in een tijd toen het geloof weinig in tel was. Als belangrijkste middel noemde hij de liefde, die een uitstralend karakter heeft en doorwerkt in het leven van alledag. Verder vond hij opgewektheid (hilaritas) onmisbaar, evenals het gebed: als blijkt dat het niet mogelijk is om mét jonge mensen te bidden, dan moet er vóór hen worden gebeden. Opvallend is ook dat Augustinus wil uitgaan van de bijbelse verhalen om vandaar uit te zoeken naar de betekenis ervan; naar hoe jongeren er zich in kunnen herkennen en er iets mee doen. Opnieuw: ‘in het dagelijkse leven’. Als kinderen en jongeren merken dat hun opvoeders niets met het evangelie doen in termen van liefde en opgewektheid, dan kunnen ze niet anders concluderen dan dat het niets te betekenen heeft. Betekenissen liggen niet voor altijd vast. Bij elke wisseling van leeftijdsfase – dus rond het derde, zevende, twaalfde en zeventiende levensjaar – komen kinderen anders in het leven te staan. Ze moeten dan opnieuw worden geholpen bij het zoeken naar wat ze nu met de verhalen, gebeden, liederen en met de liturgie kunnen doen. Ze betekenissen voorzeggen en laten nazeggen, blijkt te leiden tot schijnaanpassing; aanreiken en voorleven werkt beter. Op grond van betekenissen wordt een keuze gemaakt; daarom moet het belevingsaspect van jongsaf in de opvoeding worden betrokken. Daarbij gaat het er niet om wat het kind met het evangelie kan doen, maar wat het evangelie met het kind doet; of het wordt geraakt in zijn hart, zijn ‘binnenste binnenste’. Een dergelijke diepe beleving – traditioneel ook bevinding genoemd – kan worden ervaren als geschenk en genade, als werk van de Heilige Geest. Kinderen helpen om hun hart hiervoor open te stellen, werd al vóór Augustinus mystagogie genoemd: inwijden in geheimen.

In deze postchristelijke samenleving zal de vorm van die invloed anders moeten zijn, dan in de tijd dat het christelijk geloven algemeen was, gezag van hogerhand min of meer vanzelfsprekend werd aanvaard, en jonge mensen zich relatief gemakkelijk voegden in bestaande structuren. De ruimte waarbinnen christelijke opvoeding dient plaats te vinden, is die van de gemeente. Als men zich daar bezorgd maakt over vele dingen, maar ondertussen vergeet dat de kinderen door God zijn benoemd tot eerste burgers van zijn rijk, dalen de mogelijkheden van de opvoeders om iets te bereiken. Een los gezin binnen een gemeente, heeft evenmin veel kans; het is cruciaal dat ouders onderling ervaringen uitwisselen en dat hun kinderen merken dat ook bij anderen het geloof een rol speelt in het dagelijkse leven.

Auteur: W. ter Horst uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)

Verder lezen: W. ter Horst, ‘Wijs me de weg’, mogelijkheden voor een christelijke opvoeding in een postchristelijke samenleving (Kampen 1995) ; Claudia en Eberhard Mühlan, Het grote handboek voor het gezin (Kampen 2003)

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!