A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Confessionele pers

Gewijzigd op 23-09-2012 20:37 by host Gecategoriseerd als Geschiedenis, Uitgelicht
Tijdschriften en kranten die zich baseren op een levensbeschouwelijk of godsdienstige overtuiging

De confessionele pers vormt een subcategorie van de categorie ‘richtingbladen’ waartoe ook partijdagbladen en bladen met een uitgesproken politieke strekking behoren. In de meeste gevallen is bij confessionele kranten, zowel dag- als nieuwsbladen met een landelijke of lokale/regionale verspreiding, en opiniebladen sprake van een meer of minder duidelijke voorkeur voor een bepaalde politieke richting of partij. Echte partijorganen, vaak met een politieke voorman als hoofdredacteur, zijn onder invloed van het proces van ontzuiling echter een historisch verschijnsel geworden.In het kader van de verzuiling kwam de confessionele pers tussen ongeveer 1870 en 1920 tot ontwikkeling. Ze bereikte een hoogtepunt in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw. De nabloeiperiode kan in de jaren tussen 1945 en 1965 worden gesitueerd.

Wat betreft de landelijke katholieke kranten kan men denken aan De Tijd (1845-1974), De Maasbode (1868-1959), Het Centrum (1884-1941) en de Volkskrant. (Bij de opgave van de periode van verschijnen dient men rekening te houden met een onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog.) Wat de protestantse bladen betreft: Abraham Kuyper bracht op 1 april 1872 het eerste nummer uit van De Standaard. Tot 1919 bleef hij formeel hoofdredacteur van dit antirevolutionaire dagblad. De Nederlander, in 1893 als weekblad opgericht, nam in 1901 de abonneelijst over van Het Nederlandsche Dagblad, ‘Orgaan tot verspreiding van christelijk-historische beginselen’, en ontwikkelde zich tot het orgaan van de gematigde antirevolutionairen die zich in 1908 verenigden in de Christelijk-Historisch Unie. Voor de regionale christelijke dagbladpers hebben de antirevolutionaire dagbladen De Rotterdammer en het Friesch Dagblad, beide opgericht in 1903, een bijzondere rol gespeeld.

In katholieke huisgezinnen speelde de Katholieke Illustratie (1867-1968) een belangrijke rol. De daarin lange tijd afgedrukte rubriek ‘Uit het Rijke Roomsche Leven’ werd typerend voor het ‘rijke roomse leven’ van de katholieken tussen de beide wereldoorlogen. Protestants-christelijken lazen het geïllustreerde tijdschrift De Spiegel (1906-1969). Ook waren er confessionele vrouwenbladen, zoals Beatrijs (‘Katholiek weekblad voor de vrouw’, 1939-1967) en Moeder (‘Practisch tijdschrift voor de vrouw in het gezin’, 1934-1961). Ook werd de jeugd met ‘eigen’ katholieke of christelijke tijdschriften bediend.

Na een bloeiperiode van de confessionele pers tijdens het interbellum volgden de bezettingsjaren. Vergelijkt men de gevolgen van de Duitse bezetting eind 1941 voor de verschillende categorieën richtingbladen, dan blijkt de protestants-christelijke dagbladpers het zwaarst getroffen te zijn. De Nieuwe Drentsche Courant (een kopblad van de Nieuwe Provinciale Groninger Courant) en het Friesch Dagblad hadden de uitgave vrijwillig gestaakt. De volgende acht titels verdwenen ten gevolge van de eerste persreorganisatie van 1941: De Rotterdammer (met de kopbladen Dordtsch Dagblad, Nieuwe Haagsche Courant, Nieuwe Leidsche Courant en Nieuwe Utrechtsche Courant), De Nederlander, het Christelijk Sociaal Dagblad De Amsterdammer (een neveneditie van De Standaard) en de Nieuwe Provinciale Groninger Courant. De Zeeuw in Goes en De Standaard waren weliswaar enige tijd verboden, maar bleven zo lang mogelijk verschijnen. Op 15 december 1944 verscheen het laatste nummer van De Standaard.

Van de 42 katholieke dagbladen die bij de Duitse inval verschenen waren er eind 1941 nog slechts 19 over. Slechts een klein aantal, waaronder De Tijd, zou de bevrijding halen. Van de 3616 tijdschriften verdwenen tot medio februari 1942 388 protestantse en 147 katholieke kerkbladen, plus 188 confessionele bladen van verschillende richtingen. Tegenover het verlies aan confessionele kranten en tijdschriften stond de winst van grote betrokkenheid van protestants-christelijke en katholieke drukkers en verzetsmensen confessionele pers (onder wie vrouwen die als koeriers optraden) bij de illegale pers.

In het ondergrondse verzet werkten sociaal-democraten, communisten, protestants-christelijken, katholieken en ongelovigen met elkaar samen tegende vijand, ook door het samenstellen en verspreiden van illegale bladen. Zo ontstond een voedingsbodem voor de ‘doorbraakgedachte’ van na de bevrijding: het streven om een einde te maken aan de vooroorlogse verzuiling van het maatschappelijk leven in al zijn facetten (zie doorbraak). De tijd bleek er echter nog niet rijp voor te zijn. De confessionele pers werd nog algemeen beschouwd als een middel om binnen de eigen groep de cohesie en de godsdienstige inspiratie te versterken. Behalve deze interne functie werd haar ook een externe rol toegekend: door middel van de eigen journalistiek kon de ‘buitenwereld’ van de ‘andersdenkenden’ en ‘neutralen’ worden geconfronteerd met verschillen in levensvisie en leefstijl. Ook zonder uit te zijn op bekering werd waarde gehecht aan de versterking van de eigen identiteit (intern) en bestond de behoefte daarvan getuigenis af te leggen (extern). Vanwege deze tweeledige strategie behoren confessionele kranten en tijdschriften tot het alledaagse culturele erfgoed van de katholieke en protestants-christelijke bevolkingsgroepen.

Na de bevrijding herleefde de confessionele pers het eerst in het eerder bevrijde zuiden van het land. In nogal wat steden voerden voormalige illegale kranten aanvankelijk de boventoon, maar meestal gingen ze na verloop van tijd op in een oude, vertrouwde titel. Boven de grote rivieren kwamen op 16 april het Friesch Dagblad, op 5 mei Trouw, op 7 mei De Maasbode en de Volkskrant en op 15 mei 1945 De Rotterdammer (tezamen met drie kopbladen de ‘Kwartetbladen’ vormend) met bevrijdingsnummers uit. Trouw, op 30 januari 1943 als illegale krant opgericht door een aantal antirevolutionairen, was onder hoofdredactie (van 1945 tot 1971) van de politicus J.A.H.J.S. Bruins Slot aanvankelijk de Antirevolutionaire Partij tot steun. In 1963 sloeg Bruins Slot echter een andere richting in en ontwikkelde Trouw zich tot een evangelisch bewogen en later levensbeschouwelijk geïnteresseerde krant.

Na de voor de pers uitzonderlijke periode van 1945 tot 1950, waarin zij haar maatschappelijke positie opnieuw moest bepalen en aan gewaagde krantenavonturen van nieuwe titels een einde kwam, diende zich spoedig het begin van een proces van schaalvergroting aan. In de jaren zestig van de voorbije eeuw zette het proces van persconcentratie door; het zou pas omstreeks 2000 een (voorlopige?) afronding krijgen.

Onder invloed van de ontzuiling schrapte de Volkskrant op 25 september 1965 de ondertitel ‘Katholiek dagblad voor Nederland’. Andere katholieke dag- en opinieweekbladen verdwenen in snel tempo, omdat ze werden opgeheven, fuseerden of bewust kozen voor een christelijk-humanistische of niet-confessionele redactieformule. Het Katholiek Nieuwsblad met een behoudende inslag slaagde er niet in de ambitie om dagblad te worden waar te maken; in 1983 opgericht als twee keer per week verschijnende krant werd het in 1994 weekblad. De neergang van de katholieke tijdschriftpers verliep sneller en was ingrijpender dan bij de meeste protestants-christelijke denominaties het geval was.

De protestants-christelijke regionale dagbladen met een beperkt verspreidingsgebied en/of een kleinere oplage ontbrak het al in de jaren zestig aan voldoende draagvlak om op de lezers- en adverteerdersmarkt te kunnen overleven. De enige in Noord-Brabant verschijnende protestantse krant, de Bredasche Courant, hield eind 1966 na overname door het katholieke dagblad De Stem op te bestaan. De uitgeverijen van het landelijke dagblad Trouw en de regionale Kwartetbladen (De Rotterdammer en drie kopbladen) werden eind 1966 ondergebracht in NV De Christelijke Pers. Met ingang van 1 januari 1975 werd Trouw/Kwartet BV opgenomen in Perscombinatie NV, thans PCM Uitgevers. Bedroeg de totale oplage van de dagbladen van De Christelijke Pers in 1969 nog ruim 200.000 exemplaren, vijf jaar later was dit aantal geslonken tot ruim 160.000. Met een oplage van 123.000 exemplaren (begin 2004) is Trouw een klein landelijk dagblad. De oprichting van het meer orthodoxe Reformatorisch Dagblad op 1 april 1971 was niet vreemd aan de oplagedaling van Trouw als fusiekrant. De nieuwe titel gaf de protestants-christelijke dagbladpers een nieuwe impuls die de katholieke evenknie moest ontberen. Het in 1944 in Groningen als illegaal blad onder de titel Reformatie-stemmen begonnen Gereformeerd Gezinsblad wijzigde begin 1968 de naam in Nederlands Dagblad. Politiek gezien was dit dagblad op het Gereformeerd Politiek Verbond georiënteerd, terwijl het Reformatorisch Dagblad sympathiseerde met de Staatkundig Gereformeerde Partij.

Op 17 december 1997 van hetzelfde jaar stelde zij als eerste dagblad in Nederland de inhoud van elk nummer tegen betaling volledig beschikbaar als e-mailkrant. Begin 2004 zag het van oorsprong vrijgemaakt-gereformeerde ochtendblad Nederlands Dagblad af van de ondertitel, omdat het zich in een nieuwe marketingstrategie wil richten op ‘christelijk betrokken’ lezers, dus ook op behoudende protestanten uit andere kerken én op evangelische groeperingen. De gereformeerde identiteit is echter nog steeds heel herkenbaar. De oplage van het Nederlands Dagblad bedroeg begin 2004 33.000 en van het Reformatorisch Dagblad 59.000 exemplaren.

Het Friesch Dagblad vierde in 2003 het honderdjarig bestaan als regionaal dagblad (oplage begin 2004: 21.000 exemplaren). Op 28 november 2003 verscheen het eerste nummer van de landelijke neveneditie Het Goede Leven, ‘Weekkrant voor doen, denken, geloven, genieten’. De uitgave is gedrukt op tabloidformaat en samengesteld uit een selectie van de artikelen die in de dagkrant zijn verschenen. De protestants-christelijke en katholieke geluiden zijn in dit nieuwe blad gelijkelijk vertegenwoordigd.

Ondanks de gevolgen van de holocaust voor de joden in Nederland herinnert het Nieuw Israëlietisch Weekblad tot op de dag van vandaag aan het bestaan van een ooit rijker geschakeerde joodse opiniepers.

Auteur: Joan Hemels uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)

Verder lezen: Jan Wieten, Dagblad en doorbraak. De Nederlander en De Nieuwe Nederlander (Kampen 1986) ; B. van der Ros (red.), Geschiedenis van de christelijke dagbladpers in Nederland (Kampen, 1993) ; Joan Hemels en Renée Vegt, Het geïllustreerde tijdschrift in Nederland. Bibliografie, 2 dln. (Amsterdam 1993 en 1997) ; G. Harinck en D. Th. Kuiper (red.), Anderhalve eeuw protestantse periodieke pers (Zoetermeer 1999) ; Joan Hemels, ‘De katholieke massamedia’, in: Walter Goddijn e.a. (red.), Tot vrijheid geroepen. Katholieken in Nederland: 1946-2000 (Baarn 1999) ; Otto S. Lankhorst (eindred.), Bibliografie van katholieke Nederlandse periodieken. Deel 1: Dag- en weekbladpers (Nijmegen 1999) ; Friesch Dagblad 100 jaar: 1903-2003. Friesch Dagblad 100 jier gast aon tafel. Jubileumnummer (oktober 2003) ; George Harinck e.a., Bibliografie van Nederlandse protestantse periodieken. Deel I (Amstelveen 2004)

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!