A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Gunning jr, Johannes Hermanus

Gewijzigd op 20-05-2014 09:03 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Hervormd predikant (Vlaardingen 20 mei 1829 - Arnhem 21 februari 1905)

Busken Huet, zelden verlegen om een scherp oordeel, vond hem maar een slapjanus. De gewezen Waalse predikant hekelde Gunnings ‘hartstogt der zelfmiskenning of zelfkastijding’, de onbedwingbare drang naar martelaarschap. Ook Abraham Kuyper had geen al te hoge dunk van Gunning, de ethisch-irenische theoloog met de tere ziel. Stoere calvinisten kweekte je niet bij de chocoladekan. Maar bij anderen dwong Gunning bewondering af. Hij offerde zich op voor armen en misdeelden, hij had een open oog voor miskenden. Volgelingen zagen hem als een heilige, een profeet.

Ook als wetenschapper had Gunning aanzien. Theologie, theosofie, wijsbegeerte – hij beheerste het allemaal. Jan Gunning werd in 1829 geboren in Vlaardingen waar zijn vader predikant was. In 1832 verhuisde het gezin naar Hoorn, weer drie jaar later werd dominee Gunning naar Leeuwarden beroepen. Zoon Jan doorliep er het gymnasium en meldde zich in 1846, nog maar zeventien jaar oud, bij de theologiefaculteit van de Utrechtse universiteit waar zijn oudere broer scheikunde studeerde. Ook Jans twee jongere broers zouden in Utrecht gaan studeren. De jongste, Edward, koos ook voor de godgeleerdheid.

Tijdens zijn studie dronk Gunning de invloed in van hoogleraar filosofie C.W. Opzoomer. Diens colleges logica en metafysica maakten diepe indruk en brachten Gunning in aanraking met de opkomende natuurwetenschappen waarin de nadruk op de empirie lag. Ook zijn oudere broer, Jan Willem, de scheikundestudent, maakte hem gewaar van de ontwikkelingen in de natuurwetenschappen. Toch bracht het Gunning niet op het pad van de moderne theologie. Onder invloed van de Duitse theoloog F.D.E. Schleiermacher kwam hij onder de bekoring van het Reveil en trad toe tot de zendingsvereniging Eltheto.

Na zijn afstuderen, in 1851, was Gunning enkele jaren zoekende. Een beroep bleef uit, dan woonde hij bij zijn ouders in Leeuwarden, dan weer in Utrecht; hij wijdde zich aan de literatuur, werkte intussen ook als hulppredikant, maar liet zich eind 1852 weer aan de Utrechtse universiteit inschrijven, als letterenstudent. Uiteindelijk werd Gunning in 1854 beroepen door Blauwkapel, een gemeente onder de rook van de Domstad. De letteren zegde hij vaarwel, waarvan ook zijn toetreding – op voorstel van Beets – tot de predikantenvereniging Ernst en Vrede getuigde. In het dispuut dat de vereniging voerde met de Groninger school nam Gunning aanvankelijk geen duidelijke positie in. Als leerling van Opzoomer had hij waardering voor de rationalistische benadering van de Groningers, maar anderzijds knaagde de orthodoxe stem van het Reveil.

Staande in Hilversum, waarnaar Gunning in 1857 werd beroepen, maakte hij uiteindelijk een keuze: hij brak met de empirische methode, onder invloed van Chantepie de la Saussaye. Niet de wetenschap, maar de ethiek moest de basis van de theologie zijn. Hierbij ging Gunning ook in de leer bij de Zwitserse Reveilvoortrekker Vinet die grote nadruk legde op ‘zelfverloochening’. De mens werd wedergeboren door Christus’ kruisiging op Golgotha ‘in zichzelf’ te herhalen.

In 1861 werd Gunning naar Den Haag beroepen, het hart van de Reveilkring. Hij kreeg er omgang met Groen van Prinsterer, maar trad niet toe tot de in 1865 opgerichte Confessionele Vereniging die immers niet alleen de moderne maar ook de ethische theologie bestreed. Toch was Gunning begin jaren zeventig geporteerd voor Kuypers streven een eigen, orthodoxe universiteit op te richten, ten einde rechtzinnige predikanten op te leiden. De eng-gereformeerde grondslag van de beoogde universiteit schrikte Gunning echter af. Toen de Utrechtse universiteit hem als kerkelijk hoogleraar voordroeg, een kwaliteitsbenoeming die de theologieopleiding zeer te stade kwam, kwam Kuyper in het geweer, bang dat de oprichting van zijn eigen opleiding in het gedrang zou komen. In De Heraut brak hij de staf over voorpublicaties van Gunnings studie Het leven van Jezus waarin de verhalen over Jezus’ maagdelijke geboorte als sagen en legenden werden afgedaan. Gunning, de vleesgeworden halfheid, herriep zijn artikelen en bedankte voor het Utrechtse professoraat.

Vier jaar later, in 1882, werd Gunning alsnog hoogleraar vanwege de hervormde kerk in Amsterdam. In 1889 werd hij voor de wijsbegeerte van de godsdienst aan de Leidse universiteit benoemd. Van Kuypers Vrije Universiteit, opgericht in 1880, distantieerde hij zich. Ook de Doleantie, zes jaar later, had zijn instemming niet. Maar een scherpe veroordeling kon de gevoelige Gunning niet over zijn hart verkrijgen. Sterker nog: rond 1900, vijf jaar voor zijn dood, erkende hij dat Kuyper en zijn gereformeerden het bij het rechte eind hadden gehad. Veel volgelingen konden Gunnings ‘confessionele wending’ niet volgen en keerden hem de rug toe. Dit was geen zelfverloochening meer, dit was verraad.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 2 oktober 2009

Verder lezen: J.H. Gunning J.Hzn., Prof. dr. J.H. Gunning jr. Leven en werken, 3 dln. en Registers, (Rotterdam 1922-1924) ; A. de Lange, J.H. Gunning jr. Een leven in zelfverloochening, I (Kampen 1995)

Informatie op internet: Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!