A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Holk, Lambertus Johannes van

Gewijzigd op 19-07-2013 18:19 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Theoloog (Amsterdam 16 oktober 1893 - De Bilt 23 januari 1982)

In 1940 hield de Leidse rechtsgeleerde R.P. Cleveringa zijn bekende en beroemde rede waarin hij protesteerde tegen de schorsing van zijn joodse college E.M. Meijers door de Duitse bezetter. Veel minder bekend is dat Van Holk op hetzelfde uur aan dezelfde universiteit een college over Spinoza gaf waarin hij diens onschatbare – joodse – bijdrage aan het Nederlandse geestesleven benadrukte.

Referend aan Johannes 4:22 (‘Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten’) nam Van Holk in zijn les ferm stelling tegen onrecht en rechteloosheid. Tegen hem bleven Duitse maatregelen uit. Twee jaar later, eind mei 1942, besloot hij zelf ontslag te nemen.

Lambertus Johannes van Holk werd in 1893 geboren in Amsterdam waar zijn vader als houtkoper en petroleumhandelaar werkte. Van Holk ging in de hoofdstad naar de lagere school, later in Baarn, en volgde het gymnasium in Utrecht. In 1912 ging hij theologie studeren in Leiden waar hij, van hervormde huize, overging naar de remonstrantse broederschap. In 1915 was Van Holk betrokken bij de oprichting van de VCSB, vier jaar later gaf hij de stoot tot een bond van niet-studerende jongeren, de Vrijzinnig-Chirstelijke Jongerenbond (VCJB).

In beide bonden klonk grote verontrusting door over ‘de nood van onze tijd’, om de subtitel van een essay te gebruiken die Van Holk er enkele jaren later aan wijdde. Wetenschap, techniek en industrialisatie waren in de oorlog van ’14-’18 de voortbrengers gebleken van verwoestende vuurkracht en moordend mosterdgas. De overtuiging dat de verandering van mens en maatschappij bij de jeugd moest beginnen, studerend en niet-studerend, nam hoge vlucht. Van Holk werd hierbij aangetrokken door het romantische élan vital van de Franse wijsgeer Henri Bergson. Dit behelsde een intuïtieve, spirituele en geëngageerde levenshouding, als tegenwicht tegen de geestelijke verschraling van de modern-industriële maatschappij, met haar nadruk op economische vooruitgang en rationaliteit. Van Holk wijdde er, met Roessingh als promotor, zijn proefschrift aan waarin hij Bergsons betekenis voor de filosofische theologie centraal stelde.

Van Holk promoveerde vanuit pastorie. In 1918, drie jaar voordat hem de doctorshoed werd opgezet, was hij als predikant bevestigd in de remonstrantse gemeente van Schoonhoven. In 1923, na een jaar het secretariaat van de VCJB te hebben bekleed, werd Van Holk predikant in Gouda, een jaar later in Utrecht. In 1931 werd hij in Leiden, als opvolger van H.T. de Graaf, benoemd tot hoogleraar godsdienstwijsbegeerte, zedenkunde en encyclopedie van de theologie.

Van Holks links-vrijzinnig getoonzette engagement uitte zich in optima forma op de algemene vergadering van de remonstrantse broederschap van 1934. Hier wees hij, met de blik gericht naar het oosten waar Hitler en zijn trawanten aan de macht waren gekomen, de pseudo-godsdienstige leerstellingen en geweldmethoden van de absolute staat resoluut van de hand. Van Holks verklaring werd een jaar later door de algemene vergadering aanvaard, waarmee de remonstrantse broederschap het eerste Nederlandse kerkgenootschap was dat het nationaal-socialisme veroordeelde. In hetzelfde jaar – 1935 – stond Van Holk, samen met onder meer de eerste naoorlogse premier Willem Schermerhorn, aan de wieg van de beweging ‘Eenheid door Democratie’, die zich – zij het minder expliciet – ook tegen die andere staatsabsolutistische denominatie kantte: het communisme.

Rassenwaan, antisemitisme, tirannie: Van Holk waarschuwde er in 1939, in zijn Boodschap van het vrijzinnig christendom, eens te meer tegen. Een jaar later waren ze ook in Nederland realiteit. Van Holk stelde het aan de kaak op 26 november, in de schaduw van Cleveringa’ rede, onverholen aan de kaak. Anderhalf jaar later zegde hij de katheder vaarwel, om kort erop als gijzelaar te worden geïnterneerd, eerst in Haaren, later in Sint-Michielsgestel waar hij Schermerhorn als kampcommandant opvolgde. Na zijn vrijlating, in februari 1944, was hij in Amsterdam als waarnemend predikant werkzaam.

Na de bevrijding nam Van Holk zijn Leidse professoraat weer op zich. Zijn kijk op wereld, kerk en cultuur was nog even breed en scherp als voor de oorlog, zijn sensitieve bewogenheid nog even groot. Dit kreeg zijn schriftelijke bestemming in Moreel beraad, twee in 1952 en 1953 verschenen bundels die actuele ethische dilemma’s als geboortegeling en medische technieken behandelden. In 1960 verscheen De rebellerende mens waarin Van Holk betoogde dat maatschappijkritiek geen vrijbrief was voor bandeloze rebellie. Dynamiek moest richting hebben, wat hij miste in de maatschappelijk-culturele omwenteling die Nederland eind jaren zestig, begin jaren zeventig doormaakte. Zijn laatste levensmaanden werkte Van Holk aan een pleidooi voor een geleid vernieuwingsélan, met aan de spits een intelligentsia die starre structuren en patronen wilde doorbreken, zonder het geestelijk en moreel verleden radicaal op de vuilnisbelt te deponeren. Het pleidooi zou in 1982 postuum verschijnen, onder de titel Elites: wat is ertegen?

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 27 november 2009

Informatie op internet: Biografisch Woordenboek van Nederland

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!