A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Hulst, Willem Gerrit van de

Gewijzigd op 12-09-2013 17:21 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Onderwijzer en protestants-christelijk kinderboekenauteur (Utrecht 28 oktober 1879 - Utrecht 31 augustus 1963).

‘Wat zonneschijn is voor de bloemen zijn verhalen voor het kind,’ zei Van de Hulst eens. Als kwekeling – vijftien jaar oud, in korte broek, grote moeite hebbend orde te houden – ontdekte hij zichzelf als verhalenverteller. Met ‘Ali Baba en zijn veertig rovers’ kreeg hij de klas muisstil; de kinderen luisterden ‘met open mond en open ziel’. Vijf jaar eerder had Van de Hulst al zijn eerste stappen op het schrijverspad gezet. Als jongen van tien jaar schreef hij zijn eerste ‘boek’, getiteld ‘De onderaardse gang’. Met zijn schrijf- en verteltalent zou hij rusteloos gaan woekeren, resulterend in tientallen jeugdboeken en een veelgelezen kleuter- en kinderbijbel. Schrijven deed hij ’s nachts, overdag stond hij voor de klas.

Willem Gerrit van de Hulst was de oudste zoon van een Utrechtse steenhouwer. Eerstgeborene was hij niet. Aan Wim waren twee meisjes voorafgegaan; de een was na een jaar, de ander na anderhalf jaar gestorven. Toen Wim vijf was werd nog een zoon geboren, Henk. Hun vader overleed drie jaar later, in 1887. De inkomsten van de steenhouwerij vielen weg, wat voor Wim tot gevolg had dat hij van de hervormde ‘Tusschenschool’ aan de Utrechtse Springweg werd gehaald. Voortaan moest hij naar de hervormde diaconieschool aan de Oudegracht – ‘school der armen,’ schreef hij later in zijn Herinneringen van een schoolmeester. Niet dat hij op de diaconieschool ongelukkiger was: Wim vond er snel zijn draai en het schoolhoofd, Hermanus Wagenvoort, kreeg alras in de gaten dat de jonge Van de Hulst moest ‘doorleren’.

Dus werd Wim aan Wagenvoorts school kwekeling: dertien jaar oud, staande voor klassen waarvan de leerlingen maar een paar jaar jonger waren. ’s Avonds studeerde hij voor zijn akte. Die behaalde hij zes jaar later, in 1898, waarna hij onderwijzer werd aan de hervormde diaconieschool aan de Jutfaseweg, langs de Vaartse Rijn. Daar bleef Van de Hulst niet lang. Nog geen jaar later moest hij in dienst, een tijd waarin verveling hoogtij vierde, maar waarop hij later toch met voldoening terugkeek. De dienstplicht verbreedde zijn sociale horizon en blies de nodige schoolmeestersstof van zijn ziel weg. Onder de wapenen publiceerde Van de Hulst zijn eerste pennenvrucht: de prijswinnende schets ‘De ziekenkamer’, die in juni 1899 in het Maandblad voor de letterkunde verscheen. ‘Stijl en inhoud geven blijk van een persoonlijk gedachteleven,’ oordeelde de jury.

Verlost van de wapenrok kwam Van de Hulst begin 1900 weer voor de klas te staan, aan de school voor christelijk nationaal onderwijs aan de Bloemstraat in Utrecht. Hij kon er niet aarden. Ook op levensbeschouwelijk terrein was Van de Hulst zoekende. Sterk onder in de indruk van de Tachtigers, vooral van Frederik van Eeden, distantieerde hij zich van het hervormde geloof van zijn ouderlijk huis. Socialisme, rooms-katholicisme en theosofie konden Van de Hulst echter evenmin bevredigen. Nadat hij eind 1901 kon terugkeren naar de vertrouwde omgeving van de diaconieschool aan de Jutfaseweg kwam Van de Hulsts leven weer in balans. In 1903 werd hij er hoofdonderwijzer, na te zijn geslaagd voor zijn hoofdakte, om in september 1913 tot hoofd van de diaconieschool te worden benoemd. Eerder dat jaar was zijn vrouw in het kraambed overleden. Van de Hulst bleef achter met twee dochtertjes, maar zou in 1916 hertrouwen.

Inmiddels had hij naam gemaakt als kinderboekenschrijver. In 1909 was Van de Hulst gedebuteerd met Willem Wijcherts, het zich tijdens het begin van de tachtigjarige oorlog afspelende verhaal van ‘een dappere Alkmaarse jongen’. Het boek verscheen onder het pseudoniem Jan van de Croese, naar de Utrechtse straat waarin Van de Hulst toen woonde, de Croesestraat. Nog in hetzelfde jaar – 1909 – volgde de dorpsvertelling Ouwe Bram die werd bekroond door de Zondagsschoolvereniging en – opnieuw – was geïllustreerd door Réveil, doorgaans de boodschap uitdragend dat geen put te diep was om door individuele bekering de weg naar redding en verlossing te vinden. Ook het betonen van naastenliefde en barmhartigheid liep als een rode draad door Van de Hulsts boeken: wie goed doet, goed ontmoet. Een boodschap die in gereformeerde kring wel als simplistisch werd afgedaan: te ‘gemakkelijk’, te zeer gericht op ‘alverzoening’.

In 1929 was Van de Hulst medeoprichter van de Christelijke Auteurskring, waarvan hij tot 1940 voorzitter was. Vanaf 1933, met de publicatie van Een muis – in dit huis?, liet Van de Hulst zijn boeken door zoon Wim, de oudste uit zijn tweede huwelijk, illustreren. Veertig jaar later was ‘junior’ de drijvende kracht achter de bewerking tot tv-serie van Inde soete suikerbol. De tweede zoon, Henk, werd bekend als hoogleraar astronomie. Van de Hulsts boeken werden nog jaren na zijn overlijden, in 1963, herdrukt. Van Willem Wijcherts verscheen in 1988 een 21e druk; Ouwe Bram en Peerke en z’n kameraden beleefden in 1993 respectievelijk een 26e en 22e druk.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 11 januari 2010

Verder lezen: Daan van der Kaaden, Zoeken naar de ziel. Leven en werk van W.G. van de Hulst (Nijkerk 1994) ; Jacques Dane, ‘Zelfportret van een schoolmeester. Het eeuwige leven van W.G. van de Hulst’, in: Biografie Bulletin VI (1996/no. 2) 140-148

Informatie op internet: Biografisch Woordenboek van Nederland

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!