A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Jager, Okke

Gewijzigd op 15-11-2012 08:19 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Theoloog, publicist, dichter (Delft 23 april 1928 - Kampen 26 januari 1992)

‘Door er tot op het laatst over te blijven schrijven gunde hij de dood het laatste woord niet,’ schetste hoogleraar ethiek Frits de Lange de laatste levensmaanden van zijn leermeester en vriend Okke Jager anderhalf jaar geleden in NCRV’s Schepper & Co. ‘Een vitalist die te vroeg sterft,’ schreef Jagers uitgever Ton van der Worp in het Woord vooraf van de herdenkingsbundel Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens die in april 1992, drie maanden na Jagers dood, verscheen. Het hart van het boekje wordt gevormd door de negen aangrijpende Trouw-columns die Jager schreef van april 1991, toen een hersentumor bij hem was ontdekt, tot november 1991, toen hij zijn gedachten niet meer kon verwoorden. Afasie als voorbode van de dood, twee maanden later.

Okke Jagers wieg stond in Delft. Hij werd er in 1928 in een gereformeerd gezin geboren en beklom op achtjarige leeftijd een keukenstoel om het Woord des Heeren aan zijn zusje en broertje te bedienen. Die hielden de jeugddienst gauw voor gezien waarna Okke zijn tweede preek maar aan het papier toevertrouwde. Het prekertje werd ook een schrijvertje: jarenlang vulde Okke schrift na schrift met detectiveverhalen, historische romans en gedichten. Het was de opmaat tot een bibliografie die aan het einde van zijn leven tientallen boeken en dichtbundels vermeldde, met daarnaast honderden artikelen in kranten en tijdschriften.

Na in Rotterdam het gereformeerde Marnixgymnasium te hebben doorlopen, ging Jager in 1946 theologie studeren aan de Vrije Universiteit waar Berkouwer zijn leermeester werd. In 1952 werd hij als predikant bevestigd in Vrouwenpolder, op Walcheren. Vier jaar later trok Jager oostwaarts, naar Almelo waar hij onder invloed van zijn vrijgemaakte collega W.G. Raven anders tegen de kerkscheuring van 1944 ging aankijken. Had Jager het conflict, in Berkouwers lijn, tot dan toe geweten aan de halsstarrigheid van Schilder, in Almelo kwam hij tot de slotsom dat de gereformeerde synode Schilder onrecht had gedaan. Diens afzetting was een misgreep geweest. Jager probeerde de fout te herstellen door in Almelo gesprekken op gang te brengen tussen synodalen en vrijgemaakten, maar hij kwam van een koude kermis thuis. Ook in 1970, toen Jager drijvende kracht was achter een verzoekschrift waarin de synode werd gevraagd de uitspraken van 1944 te herroepen, bleek de tijd nog niet rijp. Pas een kleine twintig jaar later, in 1988, zou leermeester Berkouwer een mea culpa uitspreken.

Haarlem-Noord werd in 1960 Jagers derde gemeente. Twee jaar later promoveerde hij – bij Berkouwer – op Het eeuwige leven. Dit leven situeerde Jager uitdrukkelijk op aarde; van het hiernamaals moest hij, vroege exponent van het ‘maakbaarheidsgeloof’ dat in de jaren zestig en zeventig opgeld zou doen, weinig hebben. Inmiddels gold hij als een van Nederlands bekendste dominees.

Jagers preken waren virtuoze taaloefeningen die hij ogenschijnlijk al improviserend uit de mouwen van zijn toga schudde. In werkelijkheid waren ze woord voor woord gerepeteerd, want achter het verbale genie ging een kwetsbare, voor kritiek gevoelige man schuil, een perfectionist die niet voor verrassingen wenste komen te staan. ‘Hij heeft het verhaal al in zijn tas zitten,’ moest Kamper hoogleraar Auke Jelsma eens bekennen tegenover een collega die hem na een lezing van Jager influisterde dat Okke zijn verhaal – met het oog op publicatie – zo snel mogelijk moest uitschrijven. ‘Alle komma’s en punten staan al op hun plaats,’ verzekerde Jelsma. ‘Okke improviseert nooit.’ Daarom had Jager een afkeer van debatten. Ook in persoonlijke contacten bleek de kanselredenaar opvallend verlegen en terughoudend.

Jager maakte ook als dichter naam. Zijn eerste bundel, Worden als een kind, die in 1954 verscheen, zou maar liefst 34 drukken beleven. In de jaren zestig werd hij als dagsluiter bij de NCRV een tv-persoonlijkheid. In 1965 nam hij afscheid van Haarlem-Noord en werd bij de NCRV hoofd godsdienstige programma’s, een functie die hij combineerde met het predikantschap van de Hilversumse gereformeerde kerk. Vooral in deze jaren werd Jager gezicht van de snel veranderende gereformeerde wereld: van een gesloten zuil naar een open kerkgemeenschap, gericht op de oecumene, in dialoog met de cultuur. In 1973 werd Jager wetenschappelijk hoofdmedewerker, later hoofddocent aan de Kamper theologische hogeschool. Zijn benoeming verliep niet zonder slag of stoot, omdat Jager openlijk zijn pacifisme beleed en het IKV ondersteunde. In Kampen gaf hij colleges ethiek en evangelistiek, later ook massacommunicatie – op dezelfde pakkende wijze als zijn preken.

Zowel in Wij zijn niet machteloos, uit 1978, als in de boeken De dood in zijn ware gedaante en Liever lang leven, die in 1984 verschenen, getuigde Jager van zijn grote vertrouwen in techniek en wetenschap. Milieuproblemen, waarvoor hij een scherp oog had, zouden worden overwonnen en het menselijk verblijf op aarde zou tot 120 jaar moeten kunnen worden verlengd. De tijding van zijn fatale ziekte, in het voorjaar van 1991, trof Jager dan ook als een mokerslag. De eerste maanden weigerde hij zich bij het onvermijdelijke neer te leggen. ‘Ik verbeeld mij mijn herstel,’ schreef hij in Trouw. ‘Ik verwacht resultaten die artsen als wonderbaarlijk beschouwen.’ Maar uiteindelijk moest hij begin 1992, 63 jaar oud, in de natuur, haar kwade kant, zijn meerdere erkennen.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 25 januari 2010

Verder lezen: G. Puchinger, 'In memoriam dr. Okke Jager', in: Radix 18 (1992), 66-70 ; A.J. Jelsma, ‘Vereerd en gewantrouwd. Okke Jager’, in: J. van Gelderen en C. Houtman (red.)

Informatie op internet: Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren ; Trouw''  

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!