A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Jezus bijbels

Gewijzigd op 11-02-2014 15:55 by host Gecategoriseerd als Bijbel en theologie, Uitgelicht
Afbeelding
Jezus was een jood, afkomstig uit Nazaret in Galilea, het noorden van evangelie) van het Nieuwe Testament. Daarnaast zijn enkele elementen van de brieven van Paulus en enkele apocriefe evangeliën (apocriefen) van belang. Er is echter verschil van mening over de historische betrouwbaarheid van deze evangeliën (zowel de nieuwtestamentische als de apocriefe), aangezien zij enkele decennia na Jezus’ leven of nog veel later zijn geschreven. Daarbij zijn de schrijvers beïnvloed door de latere omstandigheden waarin de vroegchristelijke gemeenschap toen verkeerde. Sinds de achttiende eeuw zijn geleerden als Reimarus op zoek gegaan naar de zogenaamde historische Jezus.

Volgens het Nieuwe Testament was de moeder van Jezus was Maria; volgens de evangeliën van Matteüs en Lucas was zij zwanger geworden door toedoen van Gods Heilige Geest en was zij maagd toen zij Jezus ter wereld bracht. Maria was toen verloofd met Jozef, een timmerman, die soms Jezus’ vader wordt genoemd. Ten diepste beschouwde Jezus echter God als zijn vader en zichzelf als zoon van God.

Toen Jezus ongeveer dertig jaar was, heeft hij zich door Johannes de Doper laten dopen. De evangeliën vermelden dat de Heilige Geest toen op hem neerdaalde en dat God hem ‘mijn geliefde Zoon’ noemde (Mat. 3:13-17; Luc. 3:21-23).

Na veertig dagen vasten in de woestijn, waar hij door de duivel op de proef werd gesteld (Mat. 4:1-11), begon Jezus te verkondigen dat het Koninkrijk van God nabij was en dat men zich hierop diende voor te bereiden (bergrede).

Zijn prediking stond in de lijn van Mozes en de oudtestamentische profeten. Ook genas hij mensen van hun ziekten en dreef hij demonen uit (Mat. 8-9). Zijn onderricht had vaak de vorm van gelijkenissen (parabels), die zowel een verhelderend als een verhullend effect hadden (Mat.13).

Hij verwierf veel aanhang, maar bij de religieuze leiders riep hij ook weerstand op. Zijn naaste leerlingen beschouwden hem echter als de Messias ofwel de Christus.

Na verloop van tijd heeft Jezus zijn volgelingen er meermalen op voorbereid dat hij in Jeruzalem gedood zou worden. De getuigenissen over de duur van Jezus’ publieke werkzaamheid variëren. In de evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas wordt beschreven dat hij na zijn optreden in Galilea naar Judea in het zuiden ging. Daar kwam hij kort voor het joodse paasfeest in Jeruzalem aan, waar hij op aandrang van de religieuze leiders door de Romeinse bezettingsmacht als een opstandeling is gekruisigd. In het evangelie van Johannes wordt echter verteld dat Jezus ten minste driemaal van Galilea naar Jeruzalem is gereisd om daar het paasfeest te vieren; hieruit is af te leiden dat zijn publieke optreden ongeveer drie jaar heeft geduurd.

Jezus duidde zijn dood aan als ‘een losprijs voor velen’ (Mat. 20:28); hij wees er zo op dat mensen daardoor zouden worden vrijgekocht uit de macht van het kwaad of de duivel. In een ander beeld noemde Johannes de Doper Jezus het lam Gods dat de zonde der wereld wegdraagt (Joh. 1:29). Jezus’ dood is opgevat als een offer waardoor joden en niet-joden die in hem geloofden met God verzoend werden (bijvoorbeeld Rom. 3:21-30; 5:1- 1; Heb. 9:11-28).

Jezus’ leerlingen hebben betuigd dat hij op de derde dag na zijn kruisiging uit de dood is opgewekt, levend aan hen is verschenen en hun nog enig onderricht heeft gegeven. Uit zijn optreden en uit het getuigenis van zijn eerste volgelingen is het christendom voortgekomen.

Christenen hebben Jezus niet alleen beschouwd als Christus en als zoon van God, maar ook als Heer, Verlosser en zelf ook God (bijv. Fil. 2:5-11). Vanaf de vroegste tijd zijn er verschillende visies op Jezus geweest. Volgens het evangelie van Johannes 1:1-18 was hij het vleesgeworden woord van God, maar anderen betwistten dat hij als goddelijke gestalte een echt mens was geworden (1 Joh. 4:1-3).

In de tweede eeuw werd in de gnostiek en in het marcionisme de opvatting gehuldigd dat Jezus de zoon was van een hogere God dan God de schepper van het Oude Testament. Volgens gnostici zou op de mens Jezus bij zijn doop de hemelse gestalte Christus zijn neergedaald. Ook werd wel gezegd dat Jezus niet echt was gekruisigd. Gnostici schreven boeken met uitvoerige nieuwe openbaringen die Jezus in het geheim aan zijn leerlingen zou hebben gegeven. Tegen deze afwijkende opvattingen in beleed de vroege ‘katholieke’ kerk dat Jezus Christus één was met God de Schepper, en dat hij zelf de Heer, de God van het Oude Testament, belichaamde.

Tegen de opvattingen van de priester Arius hebben de bisschoppen die in 325 in Nicea bijeen waren (concilies) op grond van de Schrift en onder invloed van het neo-platonisme het dogma van de Drie-eenheid geformuleerd. Dit behelst dat de ene God bestaat uit drie ‘personen’: de vader, de zoon en de Heilige Geest.

In 451 is in het concilie van Chalcedon vastgesteld dat Jezus Christus zich heeft laten kennen met een goddelijke en een menselijke natuur, en dat deze twee naturen zich tot elkaar verhielden als ‘onvermengd, onveranderlijk, ongedeeld en onscheidbaar’. Sommige kerken konden met dit dogma echter niet instemmen (nestorianisme, monofysitisme).

Niet alleen in de hoofdstroom van het christendom, maar ook in andere religies en bewegingen heeft de figuur van Jezus een plaats gekregen. Zo werd hij vereerd in het door Mani (216-276) gestichte manicheïsme. Evenzo geloofden de katharen in Jezus. Tal van apocriefe overleveringen over Jezus zijn te vinden in de koran en in de latere islamitische literatuur.

Volgens de koran was Jezus een profeet, een woord en een geest van God, en is hij niet gekruisigd. Sinds het einde van de negentiende eeuw wordt beweerd dat Jezus in India of ook in landen als Frankrijk en Engeland zou zijn geweest. Bewijzen hiervoor zijn echter afwezig.

In de new age beweging heeft men zich regelmatig op nieuwe, esoterische openbaringen van Jezus beroepen. Hierin kan men een parallel zien met de oude gnostische openbaringen.

Auteur
Riemer Roukema {uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)}

Verder lezen
E. Schillebeeckx, Jezus, het verhaal van een levende (Bloemendaal 1974)G. Parrinder, Jezus in de koran (Baarn 1978) J. van Bruggen, Christus op aarde (Kampen 1987)A. van de Beek, Jezus Kurios. Christologie als hart van de theologie (Kampen 1998)A. McGrath, Jezus. De God die mens werd (Zoetermeer 1998)E. Schweizer, Jezus, de gelijkenis van God. Wat weten wij echt over het leven van Jezus? (Kampen 1999)C.J. den Heyer, Opnieuw: Wie is Jezus? Balans van 150 jaar onderzoek naar Jezus (Zoetermeer 2002 5e druk)E. van der Linden, Wie is die man? Joodse visies op Jezus (Baarn 2003)R. Kranenborg, De wonderbaarlijke avonturen van Jezus van Nazaret. Over de waarde van hervonden manuscripten en nieuwe openbaringen (Kampen 2004)

Jezus - god en mens?
Het is een oude opvatting dat Jezus Gods zoon is. Maar is Jezus God (met een hoofdletter), zoals de oude kerkvaders ons hebben willen wijsmaken? Dat is een voorstelling die dwars staat op het Jezusbeeld van het Nieuwe Testament.

Volgens het eenstemmige getuigenis van het NT is Jezus 'de zoon van God' en als zodanig zowel mens als god. Deze titel brengt de status van Jezus tot uitdrukking en dient verstaan te worden vanuit het oudtestamentische idee van de hemelbewoners, de 'zonen Gods' rondom God (Job 1:6 en 1 Kon. 22:19), de dienende machten en geesten die hij als zijn boodschappers uitzendt. Zo kan ook een profeet een bode van God zijn, een 'man Gods' (zoals Elia). Als bode van God kan Mozes zelfs 'een god' worden genoemd (Ex. 4:15v. en 7:1. En als representant van de hemelse Koning kan David als 'god' aangesproken worden (Ps. 45:7). In deze teksten wordt in de NBV het woord 'elohim' correct vertaald met 'god' (kleine letter!).

In het NT is er slechts één tekst waar Jezus expliciet 'god' wordt genoemd, de uitroep van Thomas "Mijn heer! Mijn god" (kleine letter! Joh. 20:28). NBV heeft hier ten onrechte 'mijn God'. Overal elders word Jezus 'zoon van God' genoemd waarmee zijn goddelijke status en zijn aan God ondergeschikte positie tot uitdrukking worden gebracht. Vergelijk Fil. 2:6-7, waar de NBV helemaal de mist ingaat. De juiste vertaling is "Hij die de gestalte van een god had, hield zijn gelijkheid aan een god niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens.”

Het is volstrekt ondenkbaar dat Paulus Jezus en God als aan elkaar gelijk zou hebben gesteld. YHWH is onvergelijkelijk en niets en niemand kan op één lijn met hem worden gesteld. De goden/zonen rondom God zijn ondergeschikt aan hem (vergelijk bijv. Ps. 89:6-8). Dit geldt ook voor de pre-existente Wijsheid (Spreuken 8) en de pre-existente Tora.

Het is in dit licht dat we Joh. 1:1v. moeten verstaan, waar Johannes de Wijsheid en Tora vervangt met het Woord (Logos): "In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was een god/goddelijk. Het was in het begin bij God." De gangbare vertaling 'het Woord was God' is daarom onjuist. De vleeswording van het Woord betekent dus niet dat God mens geworden is, maar dat het Woord gestalte heeft gekregen in de mens Jezus. Jezus vertegenwoordigt God dus op dezelfde wijze als Mozes en David, die beide de status 'god' toegekend krijgen.

Daarom: "Hij is zowel god als mens". Cas Labuschagne, emeritus hoogleraar Oude Testament te Groningen 24 november 2008

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!