A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Kamphuis, Jacob

Gewijzigd op 28-08-2013 10:26 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Gereformeerd theoloog (Barneveld 20 december 1921 - Ommen 13 december 2011)

Jaap Kamphuis werd geboren in een gezin waar 'A' en 'B' Afscheiding en Doleantie) bij elkaar waren gekomen. Zijn moeder kwam uit de kring van de Doleantie, wat Jaaps grootvader van vaderskant eens deed zeggen: ‘Och, jouw moeder is van B. Die is wat lichter, wat vlotter.’ Jaaps vader, een boomlange bloemist, was dus van ‘A’, maar stond met hart en ziel achter de Vereniging van 1892.

‘Vader was gestempeld door Bavinck en Kuyper,’ zei zoon Jaap later. En zijn vader lás. ‘Oud A was uitgewaaierd in een breed culturele belangstelling.’ Vader had een behoorlijke bibliotheek waar de dominee ’s zaterdag, zijn preek voor de volgende ochtend voorbereidend, regelmatig uit leende.

Jaap las ook: Bilderdijk, Da Costa, Barth, Brunner, Nietzsche. De dichter Hendrik Marsman, waarover hij later zou publiceren, bracht hem met de niets ontziende filosoof met de hamer in aanraking. ‘Ik heb Nietzsche verslonden,’ aldus Kamphuis later. ‘En tegelijk was ik een gereformeerde jongen. Het zat door mekaar heen.’ Een typische boekenwurm was Kamphuis echter niet. ‘Ik kan lang om een boek heenlopen, dan durf ik het bijna niet te lezen.’ Bovendien was hij graag buiten: voetballen, zwemmen, hockeyen, schaatsen. Ook moest hij na schooltijd en in de vakanties zijn vader helpen. Jaap trok met de bloemenkar langs de huizen van Nieuw-Loosdrecht waar hij opgroeide en het gezin de crisisjaren aan den lijve ondervond. Het gezin telde twee zoons en twee dochters. Twee kinderen kwamen doodgeboren ter wereld. Na de Nieuw-Loosdrechtse lagere school te hebben doorlopen ging Jaap naar het christelijk lyceum in Hilversum waar hij het diploma gymnasium-a behaalde, als opmaat tot de theologiestudie. Want Kamphuis wist al vroeg dat hij de pastorie in wilde. ‘Dat lag ingebed in heel dat gereformeerde leven zoals je dat meeleefde in huis,’ meende hij naderhand. ‘Ik heb wel eens de indruk dat dat ook de enige mogelijkheid was om verder te gaan. Je kon “meester” worden of dominee.’

Kamphuis schreef zich in 1942 aan de Kamper Theologische Hogeschool in, maar van reguliere studie kwam door de oorlog weinig terecht, ook omdat hij moest onderduiken. Studeren gebeurde thuis of op schuiladressen, zo goed en zo kwaad als het ging. In augustus 1944 ging het gezin Kamphuis mee met de Vrijmaking, een keuze die ook maatschappelijke consequenties had. ‘Ze kochten niet meer en ze verkochten ook niet meer aan je,’ vertelde Kamphuis veertig jaar later. ‘We hebben echt lijfelijk honger geleden omdat we met een kerkelijke minderheid waren.’

In 1947 behaalde Kamphuis zijn kandidaats in de theologie en werd begin 1948 predikant in Ferwerd en Hallum, beginnend vanaf het nulpunt: geen pastorie, geen kerkgebouw. Kamphuis en zijn vrouw woonden nota bene met synodaal-gereformeerden onder één dak – ‘wij op de eerste verdieping, zij gelijkvloers.’ In Ferwerd preekte hij in een aardappelschuur, in Hallum in een zaal achter een café. Na drie jaar, in 1951, vertrok Kamphuis naar Bunschoten-Spakenburg, wat een enorme overgang was: van twee Friese minigemeentes naar een kerk van 3600 zielen. In 1955 werd Kamphuis beroepen door Rotterdam-Delfshaven. Vier jaar later werd hij, niet gepromoveerd, de verrassende opvolger van P. Deddens als hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht aan de vrijgemaakte Theologische Hogeschool in Kampen. Zowel als hoogleraar en redacteur van De Reformatie raakte Kamphuis in de jaren zestig nauw betrokken bij de leerstellige discussies over de betekenis van het kerkverband en de binding aan de belijdenis. Dit had in 1967 een scheuring tot gevolg waaruit de Nederlands Gereformeerde Kerken voortkwamen.

Kamphuis verruilde in 1979, op verzoek van de synode, zijn Kamper leeropdracht in kerkgeschiedenis en kerkrecht voor dogmatiek en symboliek. Acht jaar later ging hij met emeritaat. Met de breuk van ’67 bleef Kamphuis, geen man die het conflict graag zoekt, worstelen. ‘Slapeloze nachten had ik ervan, en ik heb ze nog steeds,’ bekende hij in 2004. Niet dat hij zijn keuze van toen betreurde. Doorslaggevend voor Kamphuis was dat in de Open Brief waarin vijfentwintig vrijgemaakten vroegen de dogmatische teugels wat te vieren, ook ruimte voor de opvattingen van ds. B. Telder werd gevraagd. Volgens Telder ging de ziel van de gelovige na het sterven niet meteen naar de hemel, maar verkeerde ze tot de wederopstanding in een ongewisse tussentoestand. Voor Kamphuis was dit onbestaanbaar. ‘Elke dag dat ik de dood dichter nader, verheug ik mij meer in dat heerlijk Evangelie van genade dat troost biedt aan ieder die in stervensnood tot de Heere roep. Heden!’

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 19 maart 2010

Verder lezen: A.N. Hendriks, ‘Afscheid prof. J. Kamphuis’ in De Reformatie LXII, 35 (1987), 713-715 ; J. Douma e.a. (red.), Bezield verband. Opstellen aangeboden aan prof. J. Kamphuis (Kampen 1984) ; P.A. Bergwerff / T.S. de Vries, Met open vizier. In gesprek met prof. J. K. (Barneveld 1987)

Informatie op internet: Reformatorisch Dagblad

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!