A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Koetsveld, Cornelis Elisa van

Gewijzigd op 06-11-2012 18:16 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Predikant en schrijver (Rotterdam 24 mei 1807 - Den Haag 4 november 1893)

Van Koetsvelds persoonlijkheid was tot op grote hoogte een mengeling van de karakters van zijn vader en moeder. Zijn rationalistisch-optimistische inslag kwam van zijn vader, een Rotterdamse wijnkoper die de patriottenbeweging was toegedaan geweest. Van Koetsveld had echter ook een ernstige en orthodoxe kant waarin zijn moeder was te herkennen, een ingetogen en vrome vrouw met piëtistische trekken. Zijn deftigheid en voornaamheid dankte Van Koetsveld aan beiden: vader stamde uit een oud regentengeslacht, moeder was een telg van – prinsgezinde – patriciërs uit Zeeland.

Van Koetsveld was ook buitengewoon intelligent. Het Erasmiaans gymnasium, in Rotterdam waar hij op 24 mei 1807 was geboren, doorliep hij met speels gemak en uitmuntende cijfers. Ook Van Koetsvelds studies letteren en theologie aan de universiteit van Leiden, begonnen in 1825, verliepen van een leien dakje. Zowel voor zijn kandidaatsexamen letteren als voor zijn kandidaats- en proponentsexamen theologie werd hem het judicium summa cum laude toegekend. Een studeerkamergeleerde was Van Koetsveld echter niet. In zijn eerste gemeente, Westmaas, op de Zuid-Hollandse eilanden, waar hij in 1830 werd bevestigd, probeerde hij met beide predikantsbenen in de agrarische samenleving te staan. Hij beleefde geen gemakkelijke jaren in het van vlasbouw levende dorp. Conflicten met een harde kern van orthodoxen en een groep bezwaarde chiliasten, die zijn heil bij oefenaars zocht, drukten zwaar op Van Koetsveld.

In 1835 vertrok hij naar Berkel en Rodenrijs waar hij drie jaar zou blijven, een periode die werd overschaduwd door gezondheidsproblemen. Pas in zijn derde gemeente, Schoonhoven, leek Van Koetsveld zijn draai als predikant te vinden. Zijn maatschappelijk engagement vond haar bestemming in zijn strijd tegen de plaatselijke loodwitfabriek. Veel Schoonhovelingen verdienden er hun brood, en vergooiden er hun gezondheid, omdat het giftige loodwit spieren en gewrichten ruïneerde. In het Zuid-Hollandse stadje, waar hij een stadsarmenschool stichtte, stond ook de schrijver in Van Koetsveld op. In 1843 verscheen van zijn hand Schetsen uit de pastorie te Mastland, een op zijn ervaringen in Westmaas gebaseerde roman die een beeld wilde schetsen van het werk van de dorpspredikant. Met dit boek, dat lovend werd ontvangen, zelfs door de alom gevreesde Busken Huet, en zeventien drukken zou beleven, vestigde Van Koetsveld in één klap zijn naam als literator. Later etaleerde hij zijn schrijftalent in drie bundels, Godsdienstige en zedelijke novellen geheten, waarvan een aantal van een dermate hoog peil was dat tijdgenoten vergelijkingen trokken met het werk van Charles Dickens en Victor Hugo.

Toch bleef Van Koetsveld, naast predikant en schrijver, ook als wetenschapper actief. In Het geloof den mensch met zich zelven verzoenende, dat hij in 1848 publiceerde, nam hij stelling tegen Opzoomers moderne theologie, betogend dat het geloof de kloof tussen godsdienst en wetenschap kon overbruggen. In Het apostolisch evangelie, waarvan de beide delen in 1864 en 1866 het licht zagen, maakte Van Koetsveld zich sterk voor een theologische middenweg tussen orthodoxie en modernisme. Hij stond pal voor het gezag van de Schrift, maar hield zich tegelijkertijd verre van de letterlijke onfeilbaarheid ervan. In zijn De gelijkenissen van den zaligmaker, uit 1868, nam hij afstand van de Groninger richting die in haar theologiebeoefening sterk de nadruk legde op de persoon van Jezus. Van Koetsveld meende daarentegen dat Jezus’ leer het middelpunt diende te zijn en het zuiverst werd verwoord in de gelijkenissen.

In Den Haag, zijn laatste gemeente waar hij vanaf 1849 stond, was Van Koetsveld, die Marx eens ‘een waarlijk edele figuur’ noemde, weer nadrukkelijk op maatschappelijk terrein werkzaam. Hij trok zich het lot van ‘gevallen vrouwen’ aan en gaf in 1855 de stoot tot de oprichting van een school voor verstandelijk-gehandicapte kinderen, de zogenaamde ‘Idiotenschool’. Twee jaar later opende ook een gesticht de deuren dat samen met de school een pand aan het Hoog Westeinde betrok en tot een instelling van rond de honderd kinderen zou uitgroeien. Beschermvrouwe was koningin Sophie, de eerste vrouw van koning Willem III die de instelling ook geldelijk ondersteunde. Van Koetsveld stond ook op goede voet met prinses Marianne, zuster van koning Willem II van wie hij hulp ontving bij de bouw van de Haagse Zuiderkerk.

In 1878 werd Van Koetsveld tot hofprediker benoemd. In deze functie begroef hij onder meer koningin Sophie en Willem III en doopte hij kroonprinses Wilhelmina. Zijn boek De kinderen in de bijbel, dat in 1889 verscheen, schreef Van Koetsveld met het oog op het godsdienstonderwijs van Wilhelmina.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 17 mei 2010

Verder lezen: A.J. Onstenk, ‘Ik behoor bij mezelf’, Cornelis Elisa van Koetsveld (Assen 1973) ; Bloknoot. Christelijk literair tijdschrift'', II-6 (oktober 1993)

Informatie op internet: Reformatorisch Dagblad

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!