A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Leeuw, Gerardus van der

Gewijzigd op 25-01-2013 12:16 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Protestants theoloog en godsdienstwetenschapper (Den Haag 18 maart 1890 - Utrecht 18 november 1950)

Een mensenleven kan in een paar weken tijd finaal ondersteboven worden gekeerd. Gerard van der Leeuw was briljant, veelzijdig, vlot in de omgang, imponerend. Nog voor zijn dertigste droeg hij het hoogleraarshabijt, om snel uit te groeien tot een godsdienstwetenschapper van internationale naam en faam. In 1945, na de bevrijding, werd hij minister van onderwijs, kunsten en wetenschappen. Zowel in het kabinet als op zijn departement maakte Van der Leeuw grote indruk met zijn brille, belezenheid en brede visie. Maar in mei 1946 ging alles fout. Zijn vrouw stierf en bij de eerste naoorlogse stembus hield het kabinetsbeleid geen stand, zodat Van der Leeuw ook afscheid moest nemen van zijn ministerschap.

Vervolgens moest hij toezien hoe zijn katholieke opvolger korte metten maakte met zijn baanbrekende cultuurbeleid. Van der Leeuw keerde terug naar de universiteit, maar was niet meer de magistrale grootmeester van vroeger. Hij werd ziek, eenzaam, depressief. En stierf in 1950, pas zestig jaar oud.

Gerard van der Leeuw werd geboren in een eenvoudig en devoot Haags gezin. Zijn vader verdiende de kost als adjunct-inspecteur bij het staatstoezicht op de naleving van de drankwet en was in zijn avonduren ambtsdrager in de hervormde kerk, als diaken en regent van het weeshuis dat door de kerk werd bestierd. Zoon Gerard bezocht het gymnasium ‘Haganum’ waar hij op alle terreinen uitblonk. Zijn rapporten waren even voorbeeldig als zijn activiteiten in de gymnasiastenbond, terwijl hij grote kennis etaleerde van literatuur, beeldende kunst en muziek. Pochen was Van der Leeuw echter vreemd. ‘Nooit,’ zei een medegymnasiast later, ‘heb ik iemand ontmoet, zo bescheiden en tegelijk zo rustig overtuigd van de eigen buitengewoonheid.’

In 1908 ging Van der Leeuw theologie studeren aan de Leidse rijksuniversiteit waar hoogleraar godsdienstgeschiedenis W.B. Kristensen en hoogleraar algemene godsdienstwetenschap P.D. Chantepie de la Saussaye zijn leermeesters werden. Na zijn doctoraalexamen in 1913 studeerde Van der Leeuw een semester egyptologie in Berlijn, daarna nog een semester theologie en godsdienstgeschiedenis in Göttingen. Het oorlogsgeweld van augustus 1914 dwong hem terug te keren naar zijn ouderlijk huis in Den Haag waar hij binnen anderhalf jaar een dissertatie voltooide over godsdienstvoorstellingen in oud-Egyptische piramideteksten. Op de promotie, in maart 1916 bij Kristensen, volgde zes weken later Van der Leeuws huwelijk met Anna Snoeck Henkemans, dochter van het CHU-Tweede-Kamerlid J.R. Snoeck Henkemans. Het echtpaar vestigde zich in het Gelderse ’s-Heerenberg waar Van der Leeuw als predikant was beroepen. Maar zijn hart trok naar de wetenschap. Al na twee jaar vertrok Van der Leeuw naar de Groningse rijksuniversiteit waar hij hoogleraar godsdienstwetenschap werd, een leeropdracht die successievelijk zou worden uitgebreid met encyclopedie der godgeleerdheid, Egyptische taal- en letterkunde en liturgiek.

Van der Leeuw vestigde zijn naam, nationaal en internationaal, met zijn vuistdikke, in Tübingen verschenen Phänomenologie der Religion dat diverse keren werd herdrukt en werd vertaald in het Engels, Frans, Italiaans, Pools en Spaans. Dit magnum opus werd gepubliceerd in 1933, ook het jaar dat in het land waar het boek van de pers kwam vrijheid en cultuur onder de brute fascistenlaars terechtkwamen. De onrustbarende ontwikkelingen in Hitler-Duitsland leidden ertoe dat de fijngevoelige Van der Leeuw zich ook als cultuurcriticus ging manifesteren, zowel het nationaal-socialisme als het communisme als nihilistische schijnreligies aan de kaak stellend. In Balans van Nederland, dat hij schreef tijdens de Duitse bezetting en na de bevrijding verscheen, hekelde Van der Leeuw neutraliteit en goddeloosheid. Hij kantte zich echter ook tegen de levensbeschouwelijke hokjesgeest van voor 1940 en omarmde de doorbraakgedachte en de daarop stoelende Nederlandse Volksbeweging.

Als minister van onderwijs, kunsten en wetenschappen in het doorbraakkabinet-Schermerhorn/Drees kreeg Van der Leeuw de kans zijn cultuurvisie, een mix van oecumenisch engagement en personalistisch socialisme, in de praktijk te brengen. Hij streefde naar een christelijk-nationaal onderwijsbestel en een nationale omroep, denkend vanuit het perspectief van een sturende overheid die door middel van volksopvoeding een nieuwe catastrofe moest voorkomen. Dit dirigisme kwam Van der Leeuw op scherpe kritiek te staan van de herrijzende confessionele partijen die bij de kamerverkiezingen van mei 1946 de meerderheid behaalden, alle doorbraakretoriek ten spijt. Van der Leeuw, die twee maanden eerder tot de Partij van de Arbeid was toegetreden, kreeg geen zitting in het nieuwe, rooms-rode kabinet en zag zijn actieve cultuurpolitiek als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Binnen de hervormde kerk had Van der Leeuw als vernieuwer meer succes. Als oprichter van de Liturgische Kring en bestuurslid van de vereniging Kerkopbouw droeg hij in belangrijke mate bij aan de herbronning van de hervormde kerk na 1945. Ook was Van der Leeuw betrokken bij de voorbereiding van de conferentie ‘Faith and order’ van de Wereldraad van Kerken, die in 1952, twee jaar na zijn dood, in het Zweedse Lund plaatsvond.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 8 november 2010

Verder lezen: Willem Hofstee, Goden en mensen: de godsdienstwetenschap van Gerardus van der Leeuw, 1890-1950 (Kampen 1997); Marcel Barnard, De dans kan niet sterven: Gerardus van der Leeuw (1890-1950) herlezen: essay over religie en cultuur (Zoetermeer 2004)

Informatie op internet: Biografisch Woordenboek van Nederland ; Parlement & Politiek

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!