A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Lever, Jan

Gewijzigd op 23-11-2012 08:44 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Bioloog (Groningen 20 juli 1922 - Amsterdam 23 november 2010)

‘Laat hem eens met zijn moeder gaan praten,’ bromde [trouw|Trouw]-redacteur A.P. Bongers eind 1952 toen Lever in een artikelenreeks repte van ettelijke miljoenen jaren oude dierlijke fossielen. Ook schreef de jonge bioloog, die een paar maanden eerder hoogleraar aan de [vrije universiteit|Vrije Universiteit] was geworden, over ‘verandering van soorten’ die op ‘een soort evolutie’ wees.

Voor Bongers echter was het boek De Goddelijke openbaring in de eerste drie hoofdstukken van Genesis, van oudtestamenticus G.Ch. Aalders, nog steeds wet. Daarin stond dat mensen, dieren en planten in volwassen staat waren geschapen, ongeveer 15000 jaar voor Christus. Punt uit.

Maar die brutale Lever, net dertig jaar jong, had het over dierlijke fossielen die wel 550 miljoen jaar oud waren. Kon zijn moeder, kinderboekenschrijfster L.A. Lever-Brouwer die in Trouw een rubriek ‘voor de vrouw’ had, hem niet van zijn natuurwetenschappelijke dwaalwegen bekeren?

Jan Levers embryogenese vond plaats in Groningen waar zijn vader onderwijzer was. Twee jaar later, in 1924, werd zijn vader benoemd tot hoofd van de school met de bijbel in Den Helder. Het gereformeerde gezin verhuisde naar de marinestad waar Jan naar de rijkshbs ging en zich buiten schooltijd als ‘klein bioloogje’ ontpopte. Hij hield allerlei dieren: mieren, rupsen, spinnen, schildpadden, een kat, een bok. Maar twee simpele, letterlijk laag-bij-de-grondse schepselen stalen Jans hart: schelpen en slakken. Ook ging hij graag in de Huisduinse natuur op onderzoek uit en struinde in de schoolbibliotheek naar biologieboeken. ‘Daar vond ik een boek van de Duitser Wilhelm Bölsche, Afstamming van den mensch,’ vertelde Lever zeventig jaar later. ‘Het ging helemaal uit van de evolutieleer, dus niets geen schepping in zes dagen; het paradijs kwam er helemaal niet in voor.’

Met Bölsches boek toog Lever naar zijn biologieleraar, J.A. Nijkamp, later voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging. Nijkamp, die van zijn gereformeerde geloof was gevallen, leende Lever het boek De wetenschap van het leven, van de Britse biologen J. Huxley en H.G. Wells. Laatstgenoemde was ook bekend als romanschrijver, onder meer van War of the worlds uit 1898. Ook het boek van Huxley en Wells was geheel gebaseerd op de evolutieleer. ‘Toen,’ aldus Lever later, ‘wilde ik weten wat gereformeerde denkers over evolutie hadden geschreven.’

Hij stuitte op een rede van theorie van de evolutie, zijnde een evoluerende schepping onder Gods leiding. ‘Ik dacht in dezelfde lijn als Kuyper in 1899.’

Dat bleef niet zo. Archeologische vondsten, onder meer van een vier miljoen jaar oude, rechtop lopende voorvader van de mens, brachten Lever in de jaren zestig tot het inzicht dat Adam en Eva niet werkelijk hadden bestaan. Ook de snel groeiende genetische kennis droeg er toe bij dat Lever niet meer in God als de Schepper kon geloven, wat hem scheidde van de aanhangers van Intelligent Design.

In 1943, ondergedoken maar inmiddels wel geslaagd voor zijn kandidaatsexamen, zocht Lever contact met de gereformeerde bioloog J.H. Diemer die goed met de evolutieleer op de hoogte was. Diemer toonde grote belangstelling voor de doctoraalscriptie waaraan Lever werkte, over het biologisch soortbegrip, maar werd korte tijd later door de Duitsers opgepakt en overleefde de oorlog niet. Lever legde in 1946 zijn doctoraalexamen af en promoveerde in 1950 op een onderzoek naar de schildklierstructuur. In hetzelfde jaar werd hij lector biologie in de pas opgerichte medische faculteit van de Vrije Universiteit.

Twee jaar later werd Lever hoogleraar, met het uitspreken van de inaugurele rede Het creationisme die middels Trouw en vele spreekbeuren ook haar weg vond naar het gereformeerde volk. Lever verwierp de evolutieleer, omdat ze de goddelijke oorsprong en besturing van de schepping ontkende, maar hij aanvaardde wel de theorie van de evolutie, zijnde een evoluerende schepping onder Gods leiding. ‘Ik dacht in dezelfde lijn als Kuyper in 1899.’

Dat bleef niet zo. Archeologische vondsten, onder meer van een vier miljoen jaar oude, rechtop lopende voorvader van de mens, brachten Lever in de jaren zestig tot het inzicht dat Adam en Eva niet werkelijk hadden bestaan. Ook de snel groeiende genetische kennis droeg er toe bij dat Lever niet meer in God als de Schepper kon geloven, wat hem scheidde van de aanhangers van Intelligent Design.

Auteur:Peter Bak, voor Protestant.nl, 15 november 2010

Verder lezen: J. Lever, Langs de mysterieuze grenzen van het leven. Samengesteld en ingeleid door René van Woudenberg (Ten Have 2006)

Informatie op internet:
Artikel in ND de evolutie van Professor Lever
Interview met Jan Lever over zijn oorlogservaringen, door Wim Berkelaar
In memoriam prof.dr. Jan Lever (1922-2010) (pdf), door Ab Flipse

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!