A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Linden, Nico Marius Adriaan ter

Gewijzigd op 19-09-2013 15:51 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Hervormd predikant (Amersfoort 26 juli 1936)

Zijn onlangs verschenen autobiografie gaf hij als titel Alleen maar vrije tijd, naar het gezegde van de Deense predikant Kaj Munk dat gewone mensen moeten werken maar dominees daarvan zijn vrijgesteld. Die hebben alleen maar vrije tijd, om te preken voor en te hoeden over hun gemeente. Ter Lindens grootvaders waren ook predikant in de hervormde kerk, beiden voorgangers met een sterke sociale inborst.

Grootvader J. Henri Ledeboer richtte de Eerste Utrechtsche Studenten Geheelonthouders Vereeniging op en werd na zijn predikantschap directeur van de christelijke reclassering in Amsterdam.

De andere grootvader, Carel Anton ter Linden, die zijn predikantsbestaan in Urk begon, was volgens kleinzoon Nico een vaderlijke en warmbloedige pastor die in zijn gemeentes op handen werd gedragen. Jaren later nog, toen hij inmiddels in Amsterdam stond, kwamen Urkers hem nog dikwijls een maaltje vis brengen.

Carel Anton ter Linden, die in de Overtoomkerk preekte, kreeg vier zoons en een dochter. De oudste zoon, Anton, geboren in 1903, ging rechten studeren en werd werkzaam bij de raad voor de predikantstraktementen, aanvankelijk in Amersfoort waar Nico en zijn tweeënhalf jaar oudere broer Carel werden geboren. In 1940 werd vader Ter Linden naar Den Haag overgeplaatst waar het gezin twee jaar later met een meisje werd uitgebreid. Het leven van Nico speelde zich vooral buiten af: voetballen, rolschaatsen, fietsen. Levenslust uitte zich ook in zijn passie voor toneel: Nico stond al jong op de planken. Schoolwerk kreeg minder aandacht. Nico deed maar liefst negen jaar over het Haagse Tweede Vrijzinnig-Christelijk Lyceum. ‘Ik voetbalde, crickette, verzamelde boeken, deed cabaret en schreef de schoolkrant vol. Ordentelijk leren schoot er volledig bij in.’

Maar er was meer aan de hand dan zorgeloosheid en levenslust. Nico ging gebukt onder de hoge moraal van zijn zorgzame ouders. Beiden waren academisch geschoold (Ter Lindens moeder had Nederlands gestudeerd) en hielden er een verheven standaard op na. Van het herhaaldelijke schooladvies hun jongste zoon ‘gewoon een vak te laten leren’ wilden ze niet horen. ‘Mijn moeder heeft uren en uren huiswerk met mij gemaakt, mijn vader werkte zich rot om dure bijlessen te kunnen betalen.’ De rector van het lyceum, neerlandicus Geert Kazemier, groot kenner van P.C. Hooft, sleepte Ter Linden uiteindelijk door het gymnasiumexamen. Jaren later gevraagd waarom hij al die moeite had gedaan antwoordde Kazemier: ‘Ik had je cabaret zien doen. Ik dacht: die talenten moet hij later tot ontplooiing kunnen brengen. Iets met Nederlands, theologie of toneel.’ Het zou er een combinatie van worden. Na zijn eindexamen moest Ter Linden in dienst. ‘Voor het eerst van huis, en bevrijd van de loden last van de school, dienden zich de nodige vragen aan,’ herinnerde hij zich later. Ter Linden, die de kerk al jaren niet meer vanbinnen had gezien, zocht zijn heil bij de legerpredikant, een empathische man die hem ‘bestaansverheldering’ gaf. Na naar een andere kazerne te zijn overgeplaatst zocht hij ook daar contact met de legerpredikant. ‘Een onnozele hals. Ik werd kwaad: “Heb je zo’n mooi beroep, heb je zo’n mooie schat te beheren, en je brengt er geen bal van terecht”.’ Van de ene op de andere dag besloot Ter Linden predikant te worden, tot verbazing van iedereen. ‘Nico is in de Heer,’ zeiden zijn voetbalmaten.

Toen zijn diensttijd erop zat, in 1958, ging Ter Linden, 22 jaar oud, aan de Utrechtse rijksuniversiteit theologie studeren. Hij trad er tot hetzelfde corpsdispuut toe als waarvan grootvader Ledeboer lid was geweest. ‘Mijn studententijd,’ zei hij later, ‘was één groot feest, de studie een verplicht nummer.’ De eerste tekenen van wat de turbulente jaren zestig zouden worden ontgingen hem. ‘Ik speelde toneel, schreef de studentenkrant vol, organiseerde lustrumfeesten.’ Toch werkte Ter Linden, haast onbedoeld, mee aan de ontzuiling die in de tweede helft van het hectische decennium zijn beslag zou krijgen. Hij was actief betrokken bij oecumenische kerkdiensten in de Janskerk: hervormden, gereformeerden en katholieken zaten zij aan zij in de banken. ‘Wij doorbraken een taboe.’

Na zijn afstuderen, in 1963, werd Ter Linden jeugdpredikant in de Haagse Kloosterkerkgemeente. Tijdens deze periode studeerde hij vier maanden aan het theologisch seminarium in Driebergen waar de exegeselessen van Trouw en zijn tv-programma ‘Op verhaal komen in de Wester’ voor de NCRV. Ter Linden nam in 1995 afscheid van de Westerkerk en wijdde zich aan een hervertelling van de bijbel die tussen 1996 en 2003 in zes delen verscheen, onder de titel Het verhaal gaat... In 2005 bracht Ter Lindens kinderbijbel Koning op een ezel'' in rechtzinnige kring rumoer teweeg, omdat hij daarin de lichamelijke opstandig van Jezus als beeldspraak presenteerde: niet echt gebeurd, maar wel waar.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 9 augustus 2010

Informatie op internet: Albertinumgenootschap ;Trouw ; Historisch Nieuwsblad ;Friesch Dagblad

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!