A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Mallan, Frans

Gewijzigd op 15-11-2012 08:02 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Predikant in de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (Rotterdam 18 april 1925 - Alblasserdam, 8 juli 2010)

Vijfduizend mensen woonden zijn begrafenis bij. In Alblasserdam, de plaats waarnaar Mallan in 1984 werd beroepen, reden op 14 juli 2010 pendelbussen af en aan. Verkeersregelaars moesten er aan te pas komen om de rouwstoet in goede banen te leiden. Zes dagen eerder had ‘de paus van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland’, zoals Mallan wel werd genoemd, de laatste adem uitgeblazen. ‘Vader van het kerkverband’ was een andere benaming van de voormalige slager, of zelfs ‘laatste gereformeerde heilige’. Mallan, zo schreef leerling ds. Jochum Roos een dag na diens overlijden in het Reformatorisch Dagblad, had onderwijs van ‘de Hemelse academie’ ontvangen.

Dat onderwijs was – naar Mallans eigen zeggen – begonnen toen hij zes jaar oud was. ‘Ik zat bij ds. G.H. Kersten in de kerk, in Rotterdam, en kreeg te geloven dat ik ooit op de preekstoel zou staan.’ God riep de jonge Frans tot zijn dienst, en niet tevergeefs. Hij ging, de kleuterschoenen amper ontgroeid, de Redelijke godsdienst van Brakel bestuderen, ‘in de oude druk’, zo voegde hij er later in interviews nadrukkelijk aan toe. Het maakte Frans tot een buitenbeentje, want ‘het kwam toch openbaar dat de Heere in me werkte.’ Als schoolgenoten gingen spelen hield Frans zich afzijdig. ‘Dan ging ik een boekje zitten lezen.’

Op elfjarige leeftijd openbaarde God zich voor de tweede maal, met de vraag: ‘Hebt ge Mij lief?’ Frans antwoordde bevestigend en kreeg als opdracht: ‘Weid mijn schapen.’ Vier jaar later, in 1940, klonk Zijn stem opnieuw. ‘Toen werd ik,’ vertelde Mallan later, ‘met een Drie-enig God verzoend.’ Inmiddels was het oorlog, en die liet het gezin Mallan niet onberoerd. Van de woning aan de Rotterdamse Dijkstraat bleef tijdens het Duitse bombardement van 14 mei 1940 niets over, ‘nog geen speld’, zou Frans’ moeder later zeggen. Maar ze zat niet bij de puinhopen neer, want God had het immers zo beschikt. Dit was vierenhalfjaar later, in november 1944, ook de houding van Frans toen hij tijdens de grote razzia in Rotterdam werd opgepakt en per schip oostwaarts werd gevoerd – naar Duitsland, dacht hij. Vluchten wilde Mallan niet, in de geest van leidsman Kersten die de bezetting als een gesel Gods voor begane zonden uitlegde en daarom van mening was dat het Nederlandse volk zich aan de Duitsers had te onderwerpen. ‘Met dat gevoelen ben ik goed geweest,’ aldus Mallan. ‘Daarom wilde ik niet vluchten.’ In Duitsland belandde hij overigens niet; hij werd tewerkgesteld in Zwolle. Uitgeput en vermagerd keerde Mallan na de bevrijding in Rotterdam terug waar hij het slagersvak weer wilde opnemen. Maar God had andere plannen met hem. ‘Toen ik met mijn baas had afgesproken in augustus weer te gaan werken kwamen de woorden naar mij toe: “Zegt gij niet: Het zijn nog vier maanden en dan komt de oogst? Ziet, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen, want zij zijn alrede wit om te oogsten."'

Mallan gaf aan deze wenkende woorden gehoor en meldde zich bij de Theologische School van de Steenblok. Drie jaar later, in 1948, vlak na het overlijden van Kersten, werd Mallan door Fraanje als predikant bevestigd in Bruinisse, op het oostelijkste puntje van Schouwen-Duiveland. Twee jaar lang stond hij er op een gereformeerd-synodale kansel. Bruinisse was zwaar gehavend uit de oorlog gekomen. De kerk van de gereformeerde gemeente was verwoest, evenals de hervormde kerk. Alleen de gereformeerde kerk was blijven staan. ’s Zondags werden er zes diensten gehouden; de drie kerkgenootschappen kregen elk twee keer een uur, terwijl een dienst van de gereformeerde gemeente minstens anderhalf uur duurde. ‘Toen moest ik vlug praten, hoor!’ zei Mallan naderhand.

Voor Bruinisse was het leed nog niet geleden. Ook de watersnoodramp van 1 februari 1953 trof het dorp. Mallan moest hele gezinnen begraven. ‘Zeven uit één gezin, vijf uit één gezin, veertien uit één familie. Een geschiedenis op zich. Onvoorstelbaar, wat een leed.’ In hetzelfde jaar, na Steenbloks afzetting als docent van de Theologische School, na een leerstellig conflict over diens onderwijs, scheurden de Gereformeerde gemeenten. Mallan volgde zijn voormalige docent naar de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGN), samen met zijn gemeente in Bruinisse. In 1960 aanvaardde Mallan een beroep naar Veenendaal. Vier jaar later werd hij, naast zijn predikantschap, docent aan de theologische opleiding van de GGN. Inmiddels bekleedde hij ook het hoofdredacteurschap van het kerkblad De wachter Sions.

Toen Steenblok in 1966 overleed, werd Mallan de nieuwe voorman van de GGN. Meer dan Steenblok, een in de gereformeerde scholastiek doorknede academicus, was Mallan een aansprekende en samenbindende figuur. Hij kon echter niet verhinderen dat ook de GGN scheurde: in 1980 ontstonden de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (buiten verband). Mallan, die vele boeken schreef, ging in 1996 met emeritaat, maar bleef daarna nog jaren in diensten voorgaan. Tot 2008 bleef hij als docent actief. Anno 2010 telt de GGN 21000 leden, waarvan een kwart Mallan op 14 juli de laatste eer bewees. In 2012 verschijnt zijn biografie, geschreven door John Mastenbroek: 'Israëls Wachter sluimert niet. Herinneringen van ds. F. Mallan'.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 20 september 2010

Informatie op internet: Reformatorisch Dagblad ; Trouw

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!