A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Mehrtens, Frederik August

Gewijzigd op 06-11-2012 17:52 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Kerkmusicus, journalist en docent. (Hoorn 11 mei 1922 - Amsterdam 29 augustus 1975)

Voor Mehrtens was het kerklied het hart van de kerkmuziek en de gemeente. Liever met een paar gemeenteleden, waar dan ook, desnoods bij een ontstemde piano, een onbekend lied doornemen dan een ingewikkeld motet van Johannes Brahms met een geoefend koor instuderen. Want Mehrtens hield van de zingende mens, overal, en van welke denominatie dan ook: hervormd, gereformeerd, katholiek of luthers. Van sacralisering van het kerklied moest Mehrtens niets hebben. Zingen was ‘een hevige vorm van mens-zijn’, resonantie van het zuchten van Gods schepselen. Bij de zingende mens werden volgens Mehrtens hart, ziel en verstand homogeen. In het kerklied vloeide de mens samen met de muziek – en met Hem, wiens grootheid te allen tijde moest worden bezongen.

Frits Mehrtens groeide op in een hervormd Hoorns gezin, als oudste van drie zoons. Muziek werd hem met de spreekwoordelijke paplepel ingegoten, zowel door zijn vader, die als ambtenaar bij rijkswaterstaat werkte, als door zijn grootvader. Zijn eerste muzieklessen kreeg Frits van Evert Koning, directeur-organist van de rooms-katholieke kerk in Hoorn. Op zestienjarige leeftijd werd Frits, leerling van de rijks-hbs, organist van de doopsgezinde gemeente in de nabijgelegen dorpen Twisk en Abbekerk. Niet veel later nam hij plaats op de orgelbank van de hervormde kerk in Enkhuizen.

Na zijn hbs-diploma te hebben behaald, in 1940, ging Mehrtens geneeskunde studeren aan de Amsterdamse gemeentelijke universiteit. De orgelstudie werd niet verzaakt; Mehrtens ging in de leer bij Henk Loohuijs, organist van de Nieuwe Kerk. In 1943, toen de onderdrukkende hand van de Duitse bezetter ook op de universiteiten kwam te liggen, onderbrak Mehrtens zijn studie. Hij keerde terug naar zijn ouderlijk huis in Hoorn en dook onder om tewerkstelling in Duitsland te ontlopen. Zijn studie zou Mehrtens na de bevrijding niet voltooien. In 1948 legde hij weliswaar het doctoraalexamen af, maar hij zakte voor één onderdeel. Mehrtens besloot de geneeskunde te laten voor wat het was, tenminste, als academische discipline. In zijn ‘holistische’ benadering van het kerklied, zijn nadruk op de eenheid van muziek en mens en zijn aandacht voor het fysiologische aspect van het zingen, was de medicus in Mehrtens immer aanwezig.

Na voor zijn doctoraalexamen geneeskunde te zijn gezakt, begon Mehrtens, inmiddels 26 jaar oud en pas getrouwd, een studie muziek aan het Amsterdamsch Conservatorium, met als hoofdvak orgel. Drie jaar later, in 1951, nog niet afgestudeerd, ging Mehrtens voor de NCRV werken. Hij werd adjuncthoofd van de afdeling muziek en chef van de onderafdeling religieuze muziek. Als leider en inspirator van de Zondagavondzang-bijeenkomsten, waarmee hij voor de NCRV onvermoeibaar het land doortrok, werd Mehrtens een bekende figuur. Voorts was hij in Hilversum, waarnaar hij met zijn gezin was verhuisd, actief als cantor-organist van de hervormde Maranathakerk.

Mehrtens voltooide zijn conservatoriumstudie in 1953 en werd twee jaar later muziekleraar aan het Amsterdamse hervormde lyceum. In hetzelfde jaar – 1955 – ging hij ook voor het IKOR werken, voorloper van de IKON. Mehrtens werd er muzikaal adviseur en presentator van de radiorubrieken Een nieuw kerklied en Muziek voor/van de zondag. Zijn domicilie weer in Amsterdam hebbend, verbond Mehrtens zich als cantor-organist aan de Maranathakerk in Amsterdam-Zuid die hij samen met Willem Barnard en wijkpredikant Tim Overbosch tot proeftuin van het nieuwe kerklied maakte. Bijna vijf jaar lang, van begin 1957 tot eind 1961, kregen tijdens dinsdagavonddiensten, de zogenaamde ‘Nocturnes’, tientallen nieuwe liederen vorm, geschreven door Barnard en gecomponeerd door Mehrtens. Via bundels als Wij moeten Gode zingen en de proefbundel 102 gezangen kwamen veel liederen uiteindelijk terecht in het Liedboek voor de kerken dat in 1973 het licht zag. Mehrtens was vervolgens, als presentator van het tv-programma Lied van de week, een gezamenlijke productie van NCRV en IKOR, de aangewezen persoon om de kerkleden met het liedboek vertrouwd te maken. Elk nieuw lied leidde hij in en zong hij voor.

Een auto-ongeluk, in augustus 1975, maakte een einde aan een leven dat vijfentwintig jaar in het teken had gestaan van de kerkzang. ‘Dat de opleving van de liturgie tot een brede beweging werd, is voor een groot deel zijn werk,’ werd Mehrtens door Piet Boendermaker voor de NCRV-microfoon herdacht. ‘Dat de mensen overal in het land nieuw begonnen te zingen lag voor een heel groot deel aan zijn fantasie en eindeloze trouw, zijn geduld met gewone mensen, gewone gemeenten.’

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 7 februari 2011

Verder lezen: G.N. Lammens, Muziek op woorden (Baarn 1976) ; Hans Jansen, 'Een componist als exegeet en liturg', in: Eredienstvaardig, jaargang 11, nummer 4 (augustus 1995), 107-111 ; Jan Smelik, ‘Ik ben een orenjongen’, in: Eredienst 27 (augustus 2000), 97-124

Informatie op internet: Biografisch Woordenboek van Nederland ; Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!