A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Norel, Klaas

Gewijzigd op 13-05-2014 15:11 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Journalist en schrijver (Harlingen 9 november 1899 - Baarn 4 mei 1971)

Het is 14 mei 1940, de dinsdag na Pinksteren. De Duitse Luftwaffe legt het centrum van Rotterdam in de as, Nederland capituleert. De Nederlandse marine neemt de wijk naar Engeland. Het in Enkhuizen gestationeerde IJsselmeerflottielje zit echter in de val. Die nacht (Norel zou het later in zijn trilogie Varen en vechten beschrijven) dreunt Enkhuizen op zijn grondvesten. Het flottielje wordt opgeblazen. Het mag niet in Duitse handen vallen.

De troosteloze aanblik van halfgezonken en zwartgeblakerde wrakken grijpt Norel de volgende ochtend naar de keel. Die dag, 15 mei, verschijnt de in Enkhuizen en omstreken verschijnende Vrije Westfries, waarvan Norel hoofdredacteur is, met een dikke rouwrand. Ook in de weken die volgen blijft Norel in het blad uiting geven aan zijn woede over de Duitse inval. Dat kan natuurlijk niet goed gaan. Eind juni 1940 verdwijnt Norel achter de tralies van het Huis van Bewaring aan de Amsterdamse Weteringschans, als eerste journalist in bezet Nederland.

Klaas Norel was de oudste zoon van de gereformeerde veehouder Okke Norel wiens bedrijfje aan de rand van Harlingen stond. Later dreef Norel senior een melkzaak in het stadje. Zoon Klaas was een avontuurlijke knaap op wie het water van de Waddenzee grote aantrekkingskracht had. Klaas, die twee zussen had, was ook pienter. Hij mocht doorleren, op de ulo, maar werd op zijn veertiende, na het overlijden van zijn vader, van school gehaald om voor het gezin mede de kost te verdienen. Twee jaar later, in 1915, vertrok Klaas naar Enkhuizen waar hij kantoorbediende bij de plaatselijke ijzerhandel werd en in zijn vrijetijd als verslaggever voor de antirevolutionaire Vrije Westfries ging werken. De jonge Fries ontpopte zich als een geboren journalist en kwam in 1920 bij het streekblad in vaste dienst. Ook werd hij correspondent van De Standaard en schreef hij artikelen voor in de gereformeerde gezindte veel gelezen bladen als De vriend des huizes en De Spiegel. Begin jaren dertig publiceerde Norel een aantal novellen, die echter nauwelijks de aandacht trokken.

Gestimuleerd door Piet Risseeuw besloot Norel zich aan een jeugdboek te wagen. Land in zicht!, dat handelde over de drooglegging van de Zuiderzee, verscheen in 1935 bij de Nijkerkse uitgever Callenbach en werd een doorslaand succes. Een jaar later volgde een tweede jeugdboek, Hobbema-State, over de kolonisatie van de Wieringermeerpolder. Met Het getij verloopt, dat in 1937 uitkwam en een ‘volwassen versie’ van Land in zicht! was, maakte Norel zijn romandebuut. Ook Aan dood water, Norels tweede roman die in 1938 verscheen, had het vergaan van de Zuiderzee tot onderwerp. Water – wassend, dreigend of verdwijnend – zou Norel levenslang fascineren.

De oorlog werd een nieuwe inspiratiebron. Na in juli 1940, na drie weken, te zijn vrijgelaten uit het Huis van Bewaring, ging Norel weer onverveerd aan de slag als hoofdredacteur van De Vrije Westfries. De directie van het dagblad maande de koppige Fries zijn pen in bedwang te houden, maar het vrijbuitersbloed kroop waar het niet gaan kon. In april 1941 werd het blad door de Duitsers verboden. Norel ging zich vervolgens, ter bemoediging van het Nederlandse volk, wijden aan het publiceren van ‘stevige boeken’ over de Gouden Eeuw. In 1942, na zijn weigering zich bij de Kultuurkamer aan te melden, kreeg Norel echter een publicatieverbod opgelegd. Al te zwaar tilde hij er niet aan, overtuigd als hij was dat 1943 de terugkeer van het vrije woord zou brengen. Maar Nederland bleef ook dat jaar onder Duitse bezetting. Norel raakte betrokken bij de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, maar algauw zat de Sicherheitspolizei hem op de hielen en moest hij zelf onderduiken.

Met al zijn temperament ging de Dolle Dinsdag van 5 september 1944 niet aan Norel voorbij. Radio Oranje meldde dat geallieerde troepen in Breda stonden, NSB’ers en andere Duitsgezinden namen de wijk. In jubelstemming fietste Norel naar huis: de oorlog was over, de vlag moest uit! Maar het jaar 1944 zou de bevrijding evenmin brengen. De geallieerde opmars stokte bij de grote rivieren, Norel moest weer ondergronds. Hij vond onderdak in Heerhugowaard, bij een bakker, waar hij Engelandvaarders voltooide dat zijn bekendste jeugdboek zou worden en na de bevrijding meer dan veertig drukken zou beleven. In het najaar van 1944 ging Norel voor het verzetsblad Trouw werken, als redacteur van de neveneditie die in Heerhugowaard en omstreken verscheen. Norel drukte er een duidelijk stempel op, een haarscherpe lijn trekkend tussen ‘goed en fout’. In maart 1945 toonde hij zich groot voorstander van het Trouw-initiatief  tot samensmelting van ARP en CHU in een Christelijke Volkspartij. Na de bevrijding verliep het vernieuwingsgetij echter snel en gingen beide partijen weer elk een eigen weg, tot teleurstelling van Norel, die – geboren solist – als chef-binnenland op de hoofdredactie van Trouw evenmin gelukkig was.

In 1946 besloot Norel volledig voor het schrijverschap te kiezen. Hij legde een ongekende productiviteit aan de dag: jaarlijks verschenen meerdere titels, romans maar vooral jeugdboeken die veelal het drievoudig snoer ‘God-Nederland-Oranje’ tot leidraad hadden. Honderdduizenden jonge protestants-christelijke lezers, vooral jongens, werden groot met Norels boeken en pregnante opvoedingsmoraal waarin voor twijfel en nuance geen plaats was. Helden waren wit als scharlaken, schurken inktzwart en tot ondergang gedoemd – tenzij ze zich bekeerden.

Aan Norels schrijversleven, dat meer dan 130 titels voorbracht, kwam in 1971 abrupt een einde, op de avond dat Nederland de doden van de Duitse bezetting herdacht. Na thuis, in Amstelveen, de vlag halfstok te hebben gehangen, stapte Norel met zijn vrouw in de auto, op weg naar een herdenking in Assen. Bij Baarn belandde de auto op de verkeerde weghelft en botste frontaal op een vrachtwagen. Norel was op slag dood, zijn vrouw werd zwaargewond.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 16 mei 2011

Verder lezen: Ouwe Bram leeft nog! Tijdschrift over protestants-christelijke jeugdboeken toen en nu'', nummer 14, december 1999.

Informatie op internet: ‘De oorlog van een jeugdboekenschrijver’ ; Marius Bloemzaad

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!