A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Talma, Aritius Sybrandus

Gewijzigd op 03-10-2013 16:11 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten, MP uitgelicht
Afbeelding
Sociaal voorman en politicus (Angeren 17 februari 1864 - Haarlem 12 juli 1916)

Als minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, waaronder in die tijd ook sociale wetgeving viel, in het kabinet-Heemskerk (1908-1913) was Talma één van de grondleggers van het stelsel van sociale zekerheid in Nederland. Hij was een sociaal voelende Hervormde predikant, onder meer werkzaam in Vlissingen en Arnhem. Binnen de protestantse arbeidersbond Patrimonium ontwikkelde hij zich tot pleitbezorger van de moderne christelijke vakbeweging. Talma bood een zelfbewust christelijk-sociaal alternatief voor het socialisme, gepaard met kritiek op passiviteit van gevestigde burgerij en aristocratie. Hij verwierf grote populariteit onder de protestants-christelijke arbeiders van zijn tijd.

Rond 1900 zorgde Talma binnen Patrimonium voor een koerswijziging van de christelijke arbeidersbeweging in de richting van de vakorganisatie. Het maakte de weg vrij voor het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV), dat werd opgericht in 1909. In 1891 had Talma zich aangesloten bij de Antirevolutionaire partij van Abraham Kuyper. In 1901 versloeg hij de SDAP-leider Pieter Jelles Troelstra in diens thuisdistrict Tietjerkstradeel.

Tot 1908 was hij lid van de Tweede Kamer voor de ARP als afgevaardigde namens het Friese district. In dat jaar werd hij minister in het kabinet onder leiding van de anti-revolutionair mr. Th. Heemskerk. Na afloop van het kabinet trad Talma wegens gezondheidsproblemen uit de actieve politiek en werd predikant van de Nederlands Hervormde Kerk te Bennebroek. Verlies van de ARP bij de verkiezingen in 1913 droeg hier aan bij. Het bevestigde een politiek isolement in zijn partij, dat tijdens Talma's ministerschap was gegroeid. Drie jaar later overleed hij op 52-jarige leeftijd.

Talma was de eerste minister voor sociale wetgeving met een achtergrond in de arbeidersbeweging. Dat sterkte hem in een poging tot een inhaalslag voor sociale wetten na jaren van uitstel en vertraging. Het tekende ook een eigen stijl van innovatieve sociale politiek, waarin arbeidersparticipatie en effectieve uitvoering van nationaal beleid leidraad waren. Onder meer door modernisering van de arbeidsinspectie en zijn ideaal van een sociaal stelsel van Raden van Arbeid waarin overheid, werkgevers en werknemers samenwerkten. De Talma-wetten verdeelden de geesten in de Tweede Kamer tussen sociaal-progressief en sociaal-conservatief; een scheidslijn die zowel regerings- als oppositiepartijen verdeelde. Gevoelige oppositie kwam met name uit Talma's eigen achterban, verwoord door sociaal-conservatieve christelijk-historischen, anti-revolutionairen en katholieken. Het feit dat zijn eigen politiek leider Kuyper zich aansloot bij deze behoudende kritiek droeg bij aan Talma's politieke isolement. Kuyper en behoudende kritici hadden grote moeite met Talma's overheidsinterventie in de sociale verhoudigen tussen werkgever en werknemers.

Talma's uitkering van de zogenaamde 'ouderdomsrente' aan pensioengerechtigde 70-jarige arbeiders begon in 1913 en was een minimale, maar vaste staatsbijdrage die de eerste collectieve oudedagsvoorziening in Nederland realiseerde. Het was bedoeld als een tijdelijke overgangsregeling naar een individuele verzekeringswet. De 'trekkers van Talma' vanaf 1913, in 1919 door de katholieke minister Aalberse uitgebreid tot minvermogende niet-arbeiders, werden voorlopers van de naoorlogse AOW-trekkers van de sociaaldemocratische ministers Drees en Suurhoff. Ondanks het parlementair akkoord met de Talma-verzekeringswetten in 1913, gebeurde de daadwerkelijke invoering van de sociale verzekeringen pas jaren later. De Invaliditeits- en Ouderdomswet werd in 1919 ingevoerd door de katholieke minister Aalberse en werd in 1957 opgevolgd door de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Arbeidsongeschiktheidswet in 1967. Talma's Ziektewet met een verplichte verzekering van werkgevers en werknemers voor het ziekengeld van werknemers kwam pas in 1930. Nationale wetgeving voor verplichte verzekering tegen geneeskundige kosten bij ziekte voor lagere inkomensgroepen, door Talma in 1913 gescheiden van de arbeidersziekteverzekering, werd pas in 1941 een feit door het Ziekenfondsbesluit van de Duitse bezetter.

De parlementaire instemming met het principe van een wettelijke plicht tot sociale verzekering voor ziekte, arbeidsongeschiktheid en pensioen - met verplichte afdracht van sociale premies door zowel werkgevers als werknemers - was de belangrijkste erfenis van Talma voor het Nederlandse stelsel van sociale zekerheid. Neveneffecten van de collectieve oudedagsuitkering vanaf 1913 en 1919 waren het ontstaan van gemengde pensioenvoorzieningen in Nederland, met een door de staat gegarandeerd basispensioen als eerste pijler, en de opkomst van ouderenopvang in particuliere verzorgingspensions als voorloper van de naoorlogse bejaardenhuizen en zorg- en verpleeginstellingen voor ouderen.

Bron: Wikipedia

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!