A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Calvinisme

Gewijzigd op 30-08-2012 14:03 by host Gecategoriseerd als Geschiedenis
Afbeelding
Gereformeerd protestantisme.

De term calvinisme is ontstaan als scheldwoord van Lutherse zijde aan het adres van de gereformeerde protestanten, de volgelingen van Calvijn, om zich daarmee nadrukkelijk van de gereformeerde avondmaalsvisie te onderscheiden. Calvijn zelf nam afstand van de term omdat hij niet wilde dat een beweging die bijbels wilde zijn, de naam van een mens zou krijgen.

Toch is de naam gebleven. Calvinisme staat inhoudelijk gelijk aan gereformeerd, waarbij naast de Schrift als de belangrijkste bron, de theologie van Calvijn fungeert als zelfstandige verwerking van het theologisch werk van met name Augustinus en Luther. De autoriteit van de bijbel als bron en norm voor heel het leven, de soevereiniteit van God en de verantwoordelijkheid van de mens zijn daarin beslissende elementen.

Het calvinisme was van begin af aan sterk internationaal georiënteerd en is dat steeds gebleven. Instrumenten in de verspreiding van het calvinisme waren vooral de door Calvijn opgerichte Academie in Genève en de universiteit van Heidelberg, waar theologen en juristen uit heel Europa geschoold werden. Zo heeft het calvinisme ook grote invloed in Oost-Europa gekregen. De sterke verbreiding die het calvinisme in Frankrijk kende, kon slechts met geweld worden tegengegaan. De calvinistische theologie heeft zijn uitwerking gekregen in een mens- en wereldbeeld dat van grote invloed is geweest op de westerse samenleving en sinds enkele decennia ook in het Oosten (Indonesië, Korea, Japan) begint door te werken. Het gedachtegoed van het calvinisme wordt confessioneel verwoord in onder andere de Heidelberger Catechismus, de Dordtse Leerregels en de Westminster Confessie. Er is onderscheid tussen het calvinisme en het door A. Kuyper ingevoerde neocalvinisme. Het neocalvinisme is optimistischer dan Calvijn. Dat er binnen de calvinistische traditie een grote variatie bestaat, blijkt uit het feit dat zowel Friedrich Schleiermacher als Karl Barth ertoe behoren. Het puritanisme, methodisme en de zogenaamde Evangelical traditie vinden eveneens hun wortels in het calvinisme, dat voor een belangrijk deel te maken heeft met de aandacht die Calvijn geeft aan het werk van de Heilige Geest.

Kenmerkend voor het calvinisme is vooral de functie van de wet en de openheid voor het aardse leven. In Calvijns denken heeft de wet een blijvende betekenis en geldt als regel voor het christelijke leven. Deze visie werkt zich in het calvinisme naar verschillende kanten uit, bijvoorbeeld in de aandacht voor een nauwgezette levenswandel, de inzet voor barmhartigheid (zie diaconaat), de bezinning op recht en gerechtigheid, en in de bezinning op de vraag naar het recht van verzet van onderdanen tegen overheden. De openheid voor het aardse heeft te maken met Calvijns visie dat God zich ook in de schepping openbaart, zodat natuurwetenschappelijk onderzoek bijdraagt aan godskennis (onder andere Francis Bacon en Isaac Newton). Cultureel betekende het calvinisme op kerkelijk terrein een verzet tegen een beeldcultuur als bedreiging voor de verkondiging van het woord, en buiten de kerk een stimulans voor kunst en cultuur als middelen voor het eren van God. Tegelijk is ook het pelgrim-motief kenmerkend voor het calvinisme. De gedachte dat het leven op aarde tijdelijk is komt tot uiting in een reserve tegenover cultuur en wetenschap, omdat deze middelen ook gevaren kunnen worden. De concentratie op het woord en de cognitieve inslag van Calvijns theologie zijn herkenbaar in het feit dat het calvinisme een sterke leescultuur kent en de eeuwen door een grote aantrekkingskracht op intellectuelen had.

De binding aan de bijbel resulteerde in een kerkelijke orde die uitgaat van de zelfstandigheid van de kerk ten opzichte van de overheid en die de leiding van de gemeente aan de ouderlingen toekent. In het Nederlandse taalgebied heeft het bijvoeglijk naamwoord ‘calvinistisch’ een negatieve klank gekregen en wordt gebruikt om dogmatisme, starheid, bekrompenheid en bedomptheid aan te duiden. Deze invulling van het begrip gaat terug op de ongefundeerde gedachte dat Nederland eeuwenlang een calvinistisch land zou zijn geweest en dat deze, als typisch Nederlands aangemerkte, negatieve eigenschappen op dat calvinisme teruggaan.

Auteur: Herman Selderhuis uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)

Verder lezen: A.A. van Schelven, Het calvinisme gedurende zijn bloeitijd, 3 dln., (Amsterdam 1943-1965) ; John T. McNeill, The History and Character of Calvinism (London 1973) ; W. Stanford Reid (ed.), John Calvin, His influence in the Western World (Grand Rapids 1982) ; Philip Benedict, Christ’s Churches Purely Reformed, A social history of Calvinism (New Haven 2002) ; G.J. Schutte, Het Calvinistisch Nederland. Mythe en werkelijkheid (Hilversum 2000)

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!