A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Christendom

Gewijzigd op 28-08-2012 20:34 by host Gecategoriseerd als Bijbel en theologie
Afbeelding
Grootste en meest verbreide wereldgodsdienst, ontstaan uit de kring van joden in de eerste eeuw van de jaartelling die Jezus van Nazareth aanvaardden als de Messias(de gezalfde of de Christus), de door God gezonden koning, met en in wie de geschiedenis van het heil een beslissende nieuwe fase was ingegaan.

 Jezus had tijdens zijn rondgang door Palestina, die eindigde met de kruisiging in Jeruzalem, wonderen verricht en onderricht gegeven in gelijkenissen. Tijdens die tocht had hij een kring van leerlingen om zich heen verzameld, die de kern gingen vormen van de vroege christelijke kerk.

Die wordt in het Nieuwe Testament al vele malen aangeduid met het Griekse woord ekklesia, dat ontleend is aan de Septuagint en daar de aanduiding vormt voor het door Jahwe samengeroepen en uitverkoren godsvolk.

Aanvankelijk leefden de volgelingen van Jezus, die pas buiten Palestina, in de Syrische stad Antiochië, christenen genoemd werden (Hand. 11:26), in nauwe verbondenheid met het oude godsvolk verrijzenis van Jezus drie dagen na zijn kruisiging. Daardoor ontstonden er spanningen met hun joodse omgeving, zich uitend in vervolgingen in Jeruzalem (steniging van Stephanus), en groeide er steeds meer verwijdering tussen christenen en joden.

Het nieuwe geloof kreeg snelle verbreiding buiten Palestina en Judea, vooral door de verkondigingsreizen van Paulus. Er werden gemeenten gesticht, aanvankelijk met nog uiteenlopende vormen van leiding, en er ontstonden geschriften om de herinnering aan het leven en de boodschap van Jezus vast te houden: de evangeliën en andere boeken van het Nieuwe Testament.

Het christendom verspreidde zich over vrijwel het hele Romeinse Rijk en hier en daar ook daarbuiten. Het werd niet zelden geconfronteerd met onbegrip, waarop de geschriften van apologeten een antwoord probeerden te geven, en met vervolging.

De slachtoffers hiervan kwamen als martelaar hoog in aanzien te staan; zij werden herdacht en vereerd als bijzondere geloofsgetuigen. Maar ook in eigen kring hadden christenen met spanningen te kampen, bijvoorbeeld rond de uitleg van onderdelen van het geloof, zoals de verhouding tussen Jezus en God en de verhouding tussen zijn goddelijke en menselijke natuur. Die spanningen leidden soms tot verdeeldheid en tot scheuringen.

Om de eenheid in het geloof uit te drukken en te bewaren, kwamen er geloofsbelijdenissen tot stand, bijvoorbeeld tijdens de eerste oecumenische concilies te Nicea (325) en Constantinopel (381). Ook werd de canon vastgesteld, de gezaghebbende lijst van bijbelse boeken. Ten slotte werden de structuren van ambt en leiding in de kerk belangrijker, vooral door de versterking van de rol van de bisschop.

Zeker toen het christendom vanaf de vierde eeuw niet langer een vervolgde godsdienst en na 380 zelfs de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk was, werd de organisatiestructuur van de kerk steeds meer naar Romeins model ingericht. Kerken die zich niet konden vinden in de geloofsdefinities van de concilies, gingen hun eigen weg en vonden vooral in het Oosten verbreiding (Armeense kerk, Koptische kerk, Syrisch-orthodoxe kerken, Monofysitisme, Nestorianisme).

Vanuit kluizenaarsgemeenschappen in Egypte en Palestina ontwikkelde zich in de vierde eeuw het kloosterleven, dat grote betekenis zou hebben voor de kerk en de christelijke cultuur. Het waren voor een belangrijk deel monniken die, na de instorting van het Romeinse Rijk, zorgden voor de verbreiding van het christendom onder de Germaanse en de Slavische volkeren. Daar vervreemdden westerse en oosterse christenen in toenemende mate van elkaar, wat in 1054 leidde tot een schisma tussen Rome en Byzantium, dat pas in 1965 weer werd opgeheven.

Zowel in het Oosten als in het Westen was het christendom sterk onder invloed van de wereldlijke machthebbers, met name de keizers, gekomen. In het Westen probeerde de kerk zich vanaf de elfde eeuw aan die greep te ontworstelen (Investituurstrijd), maar met slechts beperkt succes. In de stedelijke samenleving van Europa kwamen in de hoge en late Middeleeuwen nieuwe vormen van kerkelijk leven tot ontwikkeling, met eigen vormen van kloosterleven, zoals de bedelorden en de begijnen, met de tot universiteiten uitgegroeide kathedrale scholen, waar de theologie uitbloeide tot een wetenschappelijke discipline (scholastiek), maar ook met overdadige uitingen van volksdevotie (zie ook: aflaat, bedevaart, heiligenverering, relikwie).

Spanningen in het westers christendom, onder meer rond het pausschap van Avignon en rond het westers schisma, leidden in de veertiende en vijftiende eeuw tot een groeiende roep om hervorming. Vroomheidsbewegingen als de moderne devotie en bewegingen rond theologen als belijdenisgeschriften en hun eigen vormen van geloofsleven (confessionalisering).

Terwijl het verdeelde christelijke Europa in godsdienstoorlogen verstrikt raakte, begon tegelijk in het kielzog van de ontdekkingsreizen en het opkomend kolonialisme de expansie van het Europese christendom buiten Europa door missie en zending.

Vanaf de zestiende eeuw was vooral de Spaanse en Portugese katholieke missionering in Zuid- en Midden-Amerika en in mindere mate in Azië (Filippijnen, India) succesvol. Vanaf het midden van de achttiende eeuw kwam de protestantse zending op dreef. Vanaf de negentiende eeuw drong het christendom ook in zwart Afrika door.

In Europa zelf leidden stromingen als het Verlichting vanaf de zeventiende eeuw en het ontkerstening deed zich in Europa echter vooral voor ten gevolge van het ontstaan van de moderne industriële samenleving in de negentiende en twintigste eeuw.

De scheiding van kerk en staat leidde na de Franse revolutie tot het terugdringen van de maatschappelijke en politieke invloed van de kerken. Het industrieproletariaat keerde zich massaal van de kerk af en vele intellectuelen vonden nieuwe zekerheden in de wetenschap.

Christelijke theologen werden in de laatste twee eeuwen heen en weer geslingerd tussen aanpassing aan het moderne denken en aanscherping van de eigen christelijke overtuiging. Tegelijk groeide het verlangen om de verdeeldheid van het christendom te overwinnen, uitmondend in de oecumenische beweging.

Ook de Rooms-Katholieke Kerk sloot zich tijdens het Tweede Vaticaans Concilie, bedoeld om de katholieke kerk weer ‘bij de tijd’ te brengen, aan bij het streven van de oecumenische beweging.

Bij de overgang naar het derde millennium beginnen de christelijke kerken de dialoog met de andere wereldgodsdiensten, waaronder de snel groeiende Islam, als grote nieuwe uitdaging te ontdekken.

Auteur: Peter Nissen uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)

Verder lezen: O. Chadwick, Verbeeld geloof. Een geschiedenis van het christendom (Baarn 1996) A. Dué en J.M. Laboa, Historische Atlas van het Christendom (Baarn 1998) N. van den Akker en P. Nissen, Wegen en dwarswegen. De geschiedenis van tweeduizend jaar christendom in hoofdlijnen (Amsterdam 1999) L. Strohm, 20 eeuwen christendom. Een religie verandert de wereld (Tielt-Kampen 2001)

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!