A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Doorbraak

Gewijzigd op 30-08-2012 15:45 by host Gecategoriseerd als Geschiedenis
De idee, die opkwam na de Tweede Wereldoorlog, om de scheidslijn tussen christelijke en niet-christelijke partijen te doorbreken

Tijdgebonden begrip uit de jaren na de Tweede Wereldoorlog. De scheppers ervan wilden de antithese van Abraham Kuyper ongedaan maken en kiezers uitnodigen om de scheidslijn tussen christelijke en niet-christelijke partijen te doorbreken. Doorbraak betekende, dat men zich in zijn keuze niet langer liet leiden door confessionele argumenten, en juist als christen welbewust op een politieke partij kon stemmen die niet een godsdienstige grondslag had. Bedoeld was in 1945 in het bijzonder de adhesie aan de nieuwe socialistische partij, de Partij van de Arbeid (PvdA). Maar de consequentie ervan kon ook – hoewel in 1945 niet luidkeels gepropageerd – een stem op de liberale partij zijn.

De idee van de doorbraak vond haar oorsprong in de ontmoetingen tussen mensen van diverse overtuiging tijdens de Duitse bezetting. In de eerste grote politieke beweging die na de capitulatie werd opgericht, de Nederlandse Unie, werden personen van diverse religieuze en levensbeschouwelijke overtuiging met elkaar samengebracht. Voor het eerst werden op een wat grotere schaal de scheidslijnen doorbroken die de verzuiling van de Nederlandse samenleving met zich meebracht. In de kringen die na de opheffing van de Nederlandse Unie bleven bestaan, werden zulke ontmoetingen bestendigd. Dat gebeurde ook in het verzet en in de illegale pers.

Na de bevrijding kwam in de oprichting van de Nederlandse Volksbeweging (NVB), een organisatie van mensen die een politieke vernieuwing nastreefden, dat streven naar opheffing van de antithese sterk naar voren. In de nieuwe Partij van de Arbeid, die in februari 1946 werd opgericht, kwam de oude sociaal-democratie samen met nieuwe groepen zoals de vrijzinnig-democratenen leden van de Christelijk Democratische Unie (CDU), een protestantse partij van linkse signatuur, maar ook hervormde politici uit de Christelijk Historische Unie (CHU) en katholieke intellectuelen van wie sommigen vóór de oorlog met de Rooms-Katholieke Staatspartij (RKSP) van doen hadden gehad.

De partij organiseerde deze stromingen in eigen instellingen; er kwam binnen de PvdA een protestantse, een katholieke en een humanistische werkgemeenschap. Men verwachtte dat in de eerste verkiezingen na de bevrijding deze groepen kiezers konden aantrekken die tot dan toe de antithese van Kuyper hadden ondersteund.

De uitslag in mei 1946 werd een grote teleurstelling. De doorbraak slaagde eigenlijk niet, want de nieuwe PvdA behaalde niet meer zetels dan de drie vooroorlogse partijen waaruit ze was samengesteld. De drie confessionele partijen konden hun machtspositie uit de jaren dertig juist handhaven. De eigenlijke doorbraak betrof in 1946 die van de Communistische Partij Nederland (CPN) die nu tien percent van de stemmen op zich wist te verenigen. Maar die ‘doorbraak’ was niet de bedoeling geweest van de scheppers van dit begrip. In de periode na 1946 zou de doorbraak vaak de omgangstaal in de Nederlandse politiek bepalen. De PvdA won geleidelijk meer stemmen in landstreken die als confessionele bolwerken bekend stonden. In de verkiezingen van 1952 werd ze zelfs de grootste partij. Dat leidde ertoe, dat de katholieke bisschoppen in 1954 een zogeheten mandement lieten verschijnen, waarin ze hun gelovigen opriepen trouw te blijven aan de politieke en sociale instellingen van het katholicisme. Dit ingrijpen riep veel discussie op. In de Kamerverkiezingen van 1956 bleef de PvdA de grootste partij.

Uiteindelijk zou de antithese van Kuyper na 1967 worden doorbroken, maar dan in een ander politiek klimaat en met andere politieke gevolgen. In de Kamerverkiezingen van dat jaar verloren de confessionele partijen voorgoed hun absolute meerderheid in het parlement, die ze vanaf 1918 hadden bezeten. De godsdienstige kiezers gingen echter niet alleen over naar de PvdA maar ook naar nieuwe partijen, en juist ook naar de liberale Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD), die daardoor in de jaren zeventig haar naam van volkspartij echt kon verwezenlijken.

De doorbraak werd een deconfessionalisering en dat was niet precies hetzelfde. Was in het eerste begrip de christelijke inspiratie belangrijk, in het tweede was een afscheid van de confessionele organisatie doorslaggevend.

Auteur J.Th.M. Bank uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)

Verder lezen: A.F. Manning, ‘Geen doorbraak van oude structuren’, in: L. Scholten e.a., De confessionelen. Ontstaan en ontwikkeling van de christelijke partijen (Utrecht 1968), 61-88 ; F.P.M. d’Haens, ‘De Katholieke Werkgemeenschap in de Partij van de Arbeid en de politieke doorbraak’ in: Jaarboek van het Katholiek Documentatie Centrum, 4(1974), 59-98 ; J. Bank, Opkomst en ondergang van de Nederlandse Volks Beweging (NVB), (Deventer 1978)

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!